Naar boven ↑

Update

Nummer 35, 2026
Uitspraken van 27 augustus 2026 tot Gisteren
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Ktr.: opleiding vrachtwagenrijbewijs is geen noodzakelijke opleiding ex artikel 7:611a BW voor bijrijder. Richtlijnen consumentenrecht en oneerlijke bedingen zien niet op arbeidsovereenkomsten
In AR 2026-1375 oordeelt de kantonrechter dat de wens van werknemer om vrachtwagenchauffeur te worden onvoldoende is om te spreken van noodzakelijke scholing. De rijopleiding kan dan ook niet worden aangemerkt als scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie in de zin van artikel 7:611a lid 1 BW, maar het behalen van het rijbewijs moet worden gekwalificeerd als een opleiding tot het verkrijgen van een startkwalificatie als vrachtwagenchauffeur. Duidelijk is immers dat het behalen van het rijbewijs C noodzakelijk is om later als vrachtwagenchauffeur aan het werk te kunnen gaan. Zonder deze startkwalificatie kan werknemer geen werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur verrichten, ook niet onder supervisie. Een dergelijke startkwalificatie valt niet onder de vergoedingsplicht van een werkgever. Het studiekostenbeding in de opleidingsovereenkomst is dan ook niet nietig. Arbeidsovereenkomsten zijn uitgesloten van toetsing aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EG) en de Richtlijn consumentenrechten (2011/83/EU), omdat de betrokken partijen in een dergelijke rechtsverhouding niet handelen als consumenten of verkopers in de zin van die richtlijnen. Ook om die redenen is de studieovereenkomst niet nietig.
In AR 2026-1370 twijfelt de rechter of de leer-werkovereenkomst waaronder de studieovereenkomst tot taxichauffeur is aangegaan kwalificeert als arbeidsovereenkomst of niet. Indien er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet dan onder meer onderzoeken of werkgever zijn informatieverplichtingen heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EG). (Zie ook AR 2026-1369).

Ktr.: einde BBL-traject door ontbindende voorwaarde (uitschrijving onderwijsinstelling) geeft (toch) recht op transitievergoeding
In AR 2026-1354 oordeelt de kantonrechter als volgt. Of een werknemer recht heeft op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst eindigt door het intreden van de ontbindende voorwaarde, is niet uitdrukkelijk in de wet geregeld. De kantonrechter oordeelt dat het de keuze van werkgever is geweest om een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst op te nemen (en daar een beroep op te doen). Daaruit kan worden afgeleid dat de arbeidsovereenkomst op basis van een initiatief van werkgever niet is voortgezet. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat werknemer aanspraak kan maken op een transitievergoeding, ook al heeft werknemer er zelf voor gezorgd dat de voorwaarde in vervulling raakte. 

Ktr.: meermalen meenemen van hamburgers zonder te betalen rechtvaardigt geen ontslag op staande voet wegens ontbreken zerotolerancebeleid
In AR 2026-1337 oordeelt de kantonrechter over een ontslag op staande voet na meenemen van hamburgers als volgt. Vaststaat dat werknemer meermaals hamburgers heeft meegenomen zonder deze te registreren en te betalen. Werkgever heeft echter onvoldoende aangetoond dat hij daadwerkelijk een zerotolerancebeleid voerde. De gestelde brief uit juni 2024 waarin werknemers zouden zijn gewezen op mogelijke disciplinaire consequenties was volgens de kantonrechter onvoldoende. Niet bleek dat het beleid daarna duidelijk en herhaaldelijk onder de aandacht van werknemers was gebracht of consequent werd gecontroleerd en gehandhaafd. Bovendien bleek uit verklaringen dat ook andere werknemers regelmatig producten opaten of meenamen zonder de formele bestelprocedure te volgen en dat werkgever hiervan op de hoogte was. Het meermaals meenemen van enkele hamburgers levert daarom geen dringende reden op. Daarbij weegt mee dat werknemer geen leidinggevende functie had, al 25 jaar in dienst was en tot het ontslag kennelijk naar tevredenheid had gefunctioneerd. Juist vanwege dat lange dienstverband had werkgever volgens de kantonrechter kunnen volstaan met een lichtere sanctie, zoals een waarschuwing. 

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof

Rechtbank