Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/uitzendbureau/inlener
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5792
Werkgeversaansprakelijkheid uitzendbureau en inlener afgewezen. Werkneemster heeft onvoldoende onderbouwd dat het gestelde arbeidsongeval heeft plaatsgevonden en dat haar letsel daardoor is veroorzaakt.

Feiten

Werkneemster is van 23 september tot 5 december 2024 in dienst bij een uitzendbureau en wordt tewerkgesteld bij inlener Uvec. Zij stelt dat op 10 oktober 2024 tijdens haar werkzaamheden aan een zalmfileerlijn een door haar gebruikte sta-verhoger kantelt en haar onderbeen raakt. Volgens werkneemster loopt zij hierdoor diverse fracturen en blijvend letsel op. Het gestelde ongeval wordt door niemand waargenomen en werkneemster meldt pas op 13 oktober 2024 bij het uitzendbureau dat er enkele dagen eerder op het werk iets is gebeurd. Zij vordert een verklaring voor recht dat het uitzendbureau en de inlener hoofdelijk aansprakelijk zijn voor haar schade en vergoeding daarvan, nader op te maken bij staat.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW moet de werknemer stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. De exacte toedracht van het ongeval hoeft daarbij niet vast te staan. Werkneemster heeft onvoldoende onderbouwd dat een ongeval op de werkvloer heeft plaatsgevonden. Niemand heeft het gestelde ongeval waargenomen, werkneemster heeft pas drie dagen later gemeld dat er op het werk iets was gebeurd en zij heeft wisselend verklaard over de toedracht. Ook is niet duidelijk of de later getoonde video betrekking heeft op de door haar gebruikte sta-verhoger. Daarnaast heeft werkneemster het causaal verband tussen het gestelde ongeval en haar letsel onvoldoende onderbouwd. Zij heeft daarvoor alleen haar eigen schriftelijke verklaring ingebracht, terwijl uit het stuk van de huisartsenpost slechts blijkt van wondroos aan haar been. Zonder nadere medische onderbouwing valt niet in te zien hoe het gestelde ongeval tot het ernstige letsel heeft geleid, mede omdat werkneemster op 10 en 11 oktober 2024 nog heeft doorgewerkt. Haar aanbod tijdens de mondelinge behandeling om alsnog medische stukken in te brengen, is te laat. Omdat werkneemster niet aan haar stelplicht heeft voldaan, komt de kantonrechter niet toe aan nadere bewijslevering en staat niet vast dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden. De vorderingen worden daarom afgewezen en werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel het uitzendbureau als de inlener.