Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 20 augustus 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6665
Werknemer, die werkzaam is bij een banketbakker, stelt dat er sprake is van een overgang van onderneming en vordert betaling van zijn achterstallige en toekomstige loon.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 2004 in dienst getreden bij Best Bakery Products B.V. (BBP), een onderneming die zich bezighield met de vervaardiging van vers banketbakkerswerk. Werknemer is per 15 mei 2025 arbeidsongeschikt geraakt. Werkgever was klant van BBP. Een aantal van de gebaksoorten die BBP produceerde, werden ook gebruikt door werkgever. BBP maakte met haar mallen de halffabricaten en werkgever werkte deze vervolgens af en verkocht deze in zijn winkels. Op enig moment heeft BBP aan werkgever medegedeeld dat de huur van haar bedrijfsruimte was opgezegd. Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden tussen BBP en werkgever over de productieactiviteiten van BBP. Uit de correspondentie volgt dat partijen hebben beoogd het productieproces van het banketbakkerswerk voort te zetten. Er is overleg gevoerd over welke inventaris zou worden overgenomen, wanneer de audit voor de benodigde certificering zou plaatsvinden en wanneer de eerste echte productiedag bij werkgever zou zijn. Werkgever heeft een deel van de inventaris van BBP overgenomen. Ook zijn werknemers van BBP bij werkgever of zijn zustervennootschap Veluwse Patisserie in dienst getreden. Volgens werknemer waren dit nagenoeg alle werknemers van BBP, op twee arbeidsongeschikte werknemers na. Werkgever stelde dat het om dertien werknemers ging en dat deze werknemers zelf hadden gesolliciteerd. Op 24 maart 2026 was de eerste echte productiedag bij werkgever. Op 31 maart 2026 heeft BBP faillissement aangevraagd, waarna BBP op 21 april 2026 failliet is verklaard. In het faillissementsverslag staat dat de productie al vóór het faillissement was gestaakt en dat activa en activiteiten kort daarvoor waren verkocht aan en overgeheveld naar werkgever. Ook staat daarin dat diverse personeelsleden nieuwe arbeidsovereenkomsten van werkgever hadden aangeboden gekregen. Werknemer heeft vanaf april 2026 geen loon meer ontvangen. Het UWV heeft de aanvraag voor een faillissementsuitkering afgewezen, omdat volgens het UWV sprake was van een overgang van onderneming naar werkgever. De curator heeft later eveneens aangegeven dat de identiteit van de banketactiviteiten na de overgang naar werkgever behouden is gebleven.

Werknemer vordert betaling van het achterstallige loon en vakantiegeld, wettelijke verhoging, buitengerechtelijke kosten en betaling van het loon voor iedere maand dat de arbeidsovereenkomst bestaat en niet rechtsgeldig is geëindigd. Werknemer stelt dat er sprake is van een overgang van onderneming. Volgens hem zijn nagenoeg alle werknemers bij werkgever in dienst getreden, is nagenoeg de gehele inventaris overgenomen, zijn de bedrijfsactiviteiten zonder noemenswaardige onderbreking voortgezet en zijn de afnemers gelijk gebleven. Werkgever betwist dater  sprake is van een overgang van onderneming. Volgens werkgever heeft hij slechts een klein deel van de inventaris overgenomen en waren de belangrijkste productiemiddelen niet overgenomen. Ook zouden werknemers zelf bij werkgever hebben gesolliciteerd en was er geen sprake van afspraken met BBP over de overname van personeel.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de correspondentie tussen BBP en werkgever volgt dat partijen steeds hebben beoogd het productieproces van het banketbakkerswerk, als kenmerkende ondernemingsactiviteit van BBP, voort te zetten zonder noemenswaardige onderbreking. De activiteiten voor en na de voortzetting door werkgever waren identiek aan elkaar. Ook heeft werkgever de voor de voortzetting van de onderneming van belang zijnde inventaris overgenomen. Dat werkgever met enkel de overgenomen inventaris het productieproces niet kon voortzetten, acht de kantonrechter niet van wezenlijk belang. Uit de e-mail van werkgever blijkt namelijk dat zorgvuldig is bezien welke zaken noodzakelijk waren voor de voortzetting van het productieproces en over welke zaken werkgever zelf al beschikte. Ook het personeel weegt mee. Werkgever heeft in ieder geval dertien werknemers overgenomen. Dat is, uitgaande van het hoogst genoemde aantal werknemers van BBP, meer dan de helft. Dat de werknemers zelf zouden hebben gesolliciteerd en dat zij breder in de onderneming van werkgever zijn ingezet, maakt dit niet anders. Omdat werkgever en Veluwse Patisserie zustervennootschappen zijn, wordt ook gekeken naar werknemers die bij Veluwse Patisserie in dienst zijn getreden. Gelet op de overname van werknemers, de inventaris, de voortzetting van dezelfde activiteiten en het behoud van de identiteit van de banketactiviteiten, is voldoende aannemelijk dat de onderneming van BBP haar identiteit heeft behouden na de overgang naar werkgever. Daarom is werkgever gehouden het loon van werknemer te betalen. Het feit dat werkgever het werkgeverschap bij Veluwse Patisserie heeft ondergebracht, doet daar niet aan af. Werkgever is de verkrijgende onderneming en moet dezelfde arbeidsvoorwaarden garanderen. De kantonrechter wijst daarnaast het toekomstige loon toe. Omdat het loon en vakantiegeld niet op tijd zijn betaald, wordt ook een wettelijke verhoging toegekend, waarbij deze vanwege de omstandigheden wordt beperkt. Ook de buitengerechtelijke kosten worden toegewezen.