Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7909
Feiten
Werkneemster is per 1 oktober 2021 in dienst getreden bij Origio Benelux B.V. (hierna: Origio). Origio A/S, de moedervennootschap van Origio te Denemarken, heeft op 7 juni 2026 een vacature gepubliceerd voor een bepaalde functie. Werkneemster stelt dat hiermee de wederindiensttredingsvoorwaarde is geschonden en haar voorwaardelijke verzoek ex artikel 7:682 lid 4 BW onvoorwaardelijk is geworden. Werkneemster heeft de werknemer die de functie is gaan vervullen ingewerkt; aangenomen mag worden dat het gaat om dezelfde dan wel soortgelijke competenties en werkzaamheden.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat Origio de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. Origio A/S heeft binnen de termijn van 26 weken een werknemer in dienst genomen voor de invulling van de vrijgekomen functie. De term “dezelfde werkzaamheden” dient niet te beperkt te worden uitgelegd, het gaat er blijkens de wetsgeschiedenis om dat het om uitwisselbare functies gaat. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan sprake. Beide personen werkten immers binnen hetzelfde team en waren belast met, op z’n minst, vergelijkbare werkzaamheden. Daarbij komt dat een aanzienlijk deel van de taken van werkneemster zijn overgeheveld naar de nieuwe werknemer. De nieuwe werknemer had dus feitelijk (een deel van) het takenpakket van werkneemster onder zijn hoede. Na het vertrek van de nieuwe werknemer had dit takenpakket toch zonder veel problemen weer overgeheveld kunnen worden naar werkneemster, daar was geen scholing of intensieve begeleiding voor nodig geweest. Daarnaast heeft Origio niet beargumenteerd waarom werkneemster niet de overige taken die tot het pakket van de nieuwe werknemer behoorden, zou hebben kunnen uitoefenen, althans zich binnen een redelijke termijn zou hebben kunnen eigen maken. Hoewel Origio en Origio A/S verschillende rechtspersonen zijn, geldt dat als het verband tussen die verschillende rechtspersonen dusdanig nauw is dat die invloed er wel is, dan de redelijkheid van die strikte scheiding niet meer zo evident is. Dan kan eigen verantwoordelijkheid ontstaan voor wat bij de andere rechtspersoon gebeurt. Naar het oordeel van de kantonrechter is daar sprake van. Dat nauwe contact blijkt in de eerste plaats uit het feit dat Origio weliswaar de juridische werkgever was van werkneemster maar dat Origio A/S de functionele werkgever was. Werkneemster was immers werkzaam voor het bij Origio A/S gestationeerde team en kreeg haar instructies uit Denemarken. Gelet daarop kan het niet anders zijn dan dat werkneemster zowel bij Origio als bij Origio A/S “op de radar” stond en beide vennootschappen contacten onderhielden over werkneemster. Verder blijkt dat nauwe contact uit het feit dat de reden voor haar ontslag bij Origio is gelegen in de wens van Origio A/S om het team fysiek bij haar onder te brengen. Origio verbindt daar vervolgens de noodzaak aan om de arbeidsovereenkomst met werkneemster te beëindigen. Ook dat veronderstelt contact tussen beide rechtspersonen over werkneemster. De vraag of Origio gehouden is bij alle tot haar concern behorende rechtspersonen te informeren naar functies ten behoeve van werkneemster hoeft hier niet beantwoord te worden, die kwestie speelt immers niet. Het gaat hier om een specifieke rechtspersoon, de functionele werkgever van werkneemster, en de partij naar wie de werkzaamheden van werkneemster zijn verplaatst. En bij wie vervolgens een functie vrijkomt die in ieder geval deels het werk van werkneemster zelf betreft en overigens uitwisselbaar is. Ten slotte acht de kantonrechter nog van belang dat de betreffende vacature bij Origio A/S concernbreed is uitgezet. Origio heeft er dus kennis van genomen, althans kunnen nemen. Dat had voor haar reden moeten zijn om zich met Origio A/S en werkneemster in verbinding te stellen zodat de functie aan werkneemster werd aangeboden. Dat is echter niet gebeurd. De conclusie is dat Origio de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. Er wordt een billijke vergoeding van € 50.000 toegekend, ter omvang van ca. acht maandsalarissen. Werkneemster heeft niet aannemelijk gemaakt dat een verhuizing naar Denemarken ook zou betekenen dat zij daar zou blijven; ook spelen de te ontvangen uitkering, de krappe arbeidsmarkt en de relatief korte duur van het dienstverband mee. Origio wordt in de proceskosten veroordeeld.
