Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ASN Flex B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 16 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6624
Kort geding. Verstekvonnis. Loonvorderingen arbeidsongeschikte werknemer toegewezen. Vordering afsluiten pensioenverzekering afgewezen in verband met ontbreken spoedeisend belang.

Feiten

Werknemer is per 1 april 2022 in dienst getreden bij ASN Flex B.V. (hierna: ASN) in de functie van financieel manager. Vanaf 4 december 2025 is werknemer arbeidsongeschikt. Over de maanden januari en mei 2026 heeft ASN geen loon betaald, over de maand maart 2026 slechts € 3.000 netto en het vakantiegeld is door ASN in mei niet betaald. Ook is werknemer niet opgeroepen door een bedrijfsarts. Op 5 juni 2026 stuurt de gemachtigde van werknemer een aangetekende sommatie per post en e-mail naar ASN waarin ASN onder andere wordt gesommeerd om een bedrijfsarts in te schakelen en het achterstallige loon en vakantiegeld van totaal € 10.998,60 netto te betalen aan werknemer. Op 30 juni 2026 sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst, die werknemer tijdig met een beroep op de bedenktermijn heeft ontbonden. Werknemer vordert, onder meer, achterstallig loon. Ook vordert werknemer dat ASN voor hem een pensioenverzekering afsluit en een bedrijfsarts inschakelt.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Aan ASN wordt verstek verleend. Om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud is werknemer afhankelijk van het ontvangen van zijn loon; het spoedeisend belang is daarmee gegeven. Ten aanzien van de pensioenvordering heeft werknemer het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk gemaakt. Werknemer stelt dat sprake is van spoedeisendheid, omdat hoe langer wordt gewacht met het aanmelden bij een pensioenfonds of pensioenverzekeraar en het afdragen van premies, hoe hoger de schade zal oplopen. Dat is weliswaar juist, maar de schade heeft zich tot op heden nog niet geopenbaard, omdat een pensioenuitkering pas na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd tot uitkering komt. Werknemer vordert volledige loondoorbetaling in plaats van 70%. Tijdens de mondelinge behandeling stelt werknemer dat ASN over de maanden december 2025, februari en maart 2026 het volledige loon (100%) aan hem heeft betaald. De overige maanden januari 2026, mei 2026 en juni 2026 is geen loon betaald en over de maand maart 2026 slechts € 3.000 netto. Ook het vakantiegeld is onbetaald gebleven. ASN heeft – omdat zij niet aanwezig was op de zitting – niet weersproken dat zij door het blijven voldoen van loonbetalingen die het wettelijk minimum ver overstijgen bij werknemer het vertrouwen heeft gewekt dat zij, ondanks ziekte van werknemer, het volledige loon blijft betalen. Gelet daarop en omdat de vordering de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, is hij van oordeel dat het aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering toe. Daarnaast wordt ASN veroordeeld om werknemer op te roepen bij de bedrijfsarts op laste van een dwangsom. ASN wordt in de proceskosten veroordeeld.