Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 11 juni 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:2955
Feiten
Werknemer is op 10 september 2018 bij Multi Cars Den Haag B.V. (hierna: ‘Multi Cars’) in dienst getreden in de functie van monteur op basis van een oproepovereenkomst voor bepaalde tijd tot 5 maart 2019. Na 5 maart 2019 heeft werknemer zijn werkzaamheden voor Multi Cars voortgezet. In een aan Multi Cars gerichte brief van 1 november 2021 staat het volgende geschreven: “(…) Met deze brief wil ik officieel mijn arbeidsovereenkomst bij Multi Cars Den Haag B.V. beëindigen. (…) Met vriendelijke groeten, [werknemer] (…).” Werknemer heeft in de periode na 1 december 2021 werkzaamheden verricht op het terrein van Multi Cars. Op 31 maart 2022 heeft een telefoongebrek plaatsgevonden tussen de bestuurder en werknemer. Hierna heeft werknemer niet meer gewerkt op het terrein van Multi Cars. Op 8 april 2022 stuurt (de gemachtigde van) werknemer een brief met daarin het verzoek tot uitbetaling van het loon sinds december 2021. Verder staat in de brief het volgende: “Voort is door Multi cars Den Haag B.V. op donderdag 31 maart jl. telefonisch aan cliënt te kunnen gegeven dat hij per direct weg moet en ook niet meer hoeft terug te komen. (…) Namens cliënt wil ik u erop wijzen dat hij niet door u is ontslagen. (…)”. Werknemer vordert een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Dit baseert hij op de stelling dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen door Multi Cars. Multi Cars betwist dat zij werknemer heeft ontslagen. Volgens Multi Cars had werknemer al eerder zelf ontslag genomen door middel van een ontslagbrief.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst is gesloten, heeft Multi Cars niet betwist, zodat dit vaststaat. Zolang aan deze arbeidsovereenkomst geen rechtsgeldig einde is gekomen, loopt deze arbeidsovereenkomst door. Multi Cars stelt echter dat werknemer zelf al ontslag had genomen per 1 december 2021 en de arbeidsovereenkomst daardoor is geëindigd. Multi Cars stelt dat de ontslagname blijkt uit de door haar overlegde brief van 1 november 2021. Werknemer betwist dat hij deze ontslagbrief heeft geschreven en ondertekend en dus dat deze brief van hem afkomstig is. Hieruit volgt dat werknemer niet alleen de inhoud van deze brief gemotiveerd betwist maar ook dat hij stellig ontkent dat de paraaf of handtekening onderaan het stuk van hem afkomstig is. Artikel 159 lid 2 Rv brengt dan mee dat aan het stuk geen enkele bewijskracht toekomt, zolang niet is bewezen van wie de paraaf of handtekening afkomstig is. De bewijslast van de echtheid van de paraaf of handtekening rust op Multi Cars, als degene die de akte als bewijsstuk gebruikt. Het hof kan dit bewijs niet uit de tot nu toe in het geding gebrachte stukken afleiden. Multi Cars zal dan ook tot dit bewijs worden toegelaten. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen zodat Multi Cars zich uit kan laten over de bewijslevering en op welke wijze zij hieraan wenst te voldoen.
