Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5595
Werkgeefster is aansprakelijk voor de schade die haar minderjarige fietsbezorger lijdt door een aanrijding tijdens een bezorging. Werkgeefster heeft haar zorgplicht geschonden door geen schriftelijke RI&E op te stellen en geen veiligheidsinstructies te geven aan haar fietskoeriers.

Feiten

Werknemer is per 1 januari 2022 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van bezorger en spoelkeukenmedewerker. De bezorgwerkzaamheden waren tijdelijk en werden uitgevoerd met een elektrische Swapfiets. Op 17 februari 2023 is werknemer, die toen 17 jaar oud was, tijdens zijn werkzaamheden als maaltijdbezorger aangereden door een bestelauto. Werknemer reed over een fietspad, stak via een groenstrook de weg over om linksaf te slaan en werd daar geraakt. Hij liep letsel aan zijn arm en been op en moest in het ziekenhuis worden behandeld. Achmea, de WAM-verzekeraar van de bestelauto, heeft op grond van artikel 185 Wegenverkeerswet aansprakelijkheid voor 50% van de schade erkend en zich voor het overige op eigen schuld van werknemer beroepen. De verzekering van werkgeefster bood geen dekking, omdat in een financieel moeilijke periode een automatische betaling van de verzekeringspremie achterwege was gebleven. Werknemer stelt dat werkgeefster haar zorgplicht heeft geschonden en daarnaast niet voor een behoorlijke verzekering heeft gezorgd. Ook houdt hij de andere betrokken vennootschappen en bestuurders aansprakelijk. Werknemer verzoekt vergoeding door werkgeefster van het deel van zijn schade dat niet door Achmea is gedekt dan wel de door (indirect) bestuurders van werkgeefster op basis van bestuurdersaansprakelijkheid. Ook verzoekt werknemer betaling van een voorschot.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat werknemer deze schade heeft geleden tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Werkgeefster is daarom aansprakelijk, tenzij zij aantoont dat zij haar zorgplicht is nagekomen of sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer. Werkgeefster beschikte niet over een schriftelijke risico-inventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de fietskoeriers, en heeft tegenover de betwisting van werknemer niet aannemelijk gemaakt dat zij hem concrete en herhaalde verkeersveiligheidsinstructies heeft gegeven. Dat de bezorgwerkzaamheden slechts tijdelijk waren, doet niet af aan de verplichting daartoe. De zorgplicht woog juist zwaarder omdat werknemer ten tijde van het ongeval minderjarig was. Daarbij wordt werkgeefster ook aangerekend dat zij het ongeval niet bij de Arbeidsinspectie heeft gemeld, ondanks de ziekenhuisopname en operaties van werknemer. Van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer is niet gebleken. Dat hij mogelijk onvoorzichtig via de groenstrook de weg is overgestoken, en het feit dat de WAM-verzekeraar gedeeltelijk eigen schuld heeft aangenomen, is daarvoor onvoldoende. Werkgeefster is daarom aansprakelijk voor de gevolgen van het arbeidsongeval. Het gevraagde voorschot wordt afgewezen omdat werknemer de afzonderlijke schadeposten onvoldoende heeft onderbouwd en bewijslevering niet past binnen deze deelgeschilprocedure. De verzoeken tegen de andere vennootschappen worden afgewezen omdat uit de arbeidsovereenkomst blijkt dat deze ten tijde van het ongeval geen werkgeefster van werknemer waren. Werknemer is niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tegen de bestuurders, omdat bestuurdersaansprakelijkheid buiten de reikwijdte van de deelgeschilprocedure valt die werknemer heeft aangebracht. Werkgeefster wordt in de proceskosten (deelgeschilkosten) veroordeeld.