Rechtspraak
Feiten
Werknemer 1 is per 25 mei 2010 in dienst getreden bij CleanLease B.V. (hierna: "CleanLease") en verdiende € 4.693,80 bruto per vier weken op basis van een 32-urige werkweek en is op 1 april 2025 uit dienst gegaan. Werknemer 2 is per 1 juni 2001 in dienst getreden bij CleanLease en verdiende € 4.837,43 bruto per vier weken op basis van een 38-urige werkweek. Werknemer 3 is per 1 mei 2001 in dienst getreden bij CleanLease en verdiende € 3.988,23 bruto per vier weken op basis van een 20-urige werkweek. Werknemer 3 is op 1 januari 2026 uit dienst gegaan. De werknemers werkten bij een vestiging van CleanLease. Op hun arbeidsovereenkomsten is de Cao Textielverzorging van toepassing. In 2017 wijzigde CleanLease de werktijden van de productiemedewerkers om de productietijd uit te breiden tot 22.00 uur, met incidentele uitloop tot 24.00 uur. Er kwamen een ochtend- en avondgroep en op de expeditie zou met vier vaste medewerkers in een tweeploegendienst worden gewerkt. De OR stemde hiermee in, onder de voorwaarde dat roosterwijzigingen voor bestaande vaste medewerkers vrijwillig zouden zijn en roosters minimaal één week van tevoren bekend zouden worden gemaakt. Ook werken tot 24.00 uur zou vrijwillig zijn. In 2022 dienden de werknemers bij RALTEX een klacht in over de naleving van de cao. Een onafhankelijke commissie concludeerde in 2023 dat CleanLease in strijd met de cao handelde door geen bedrijfsspecifiek werkrooster te hebben ingevoerd. Een daaropvolgend instemmingsverzoek van CleanLease werd door de OR geweigerd. CleanLease deelde vervolgens mee dat de OR had ingestemd met een bedrijfsspecifiek werkrooster, dat per 1 januari 2024 zou worden ingevoerd. Werknemers vorderen onder meer een verklaring voor recht dat het in 2017 ingevoerde werktijdensysteem als ploegendienst kwalificeert en dat hun arbeidsovereenkomsten door de gewijzigde werktijden onrechtmatig eenzijdig zijn gewijzigd. Daarnaast vorderen zij financiële compensatie.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De werknemers hebben geen belang bij de verklaring dat het werktijdensysteem uit 2017 als ploegendienst kwalificeert. Ook als daarvan sprake zou zijn, hebben zij op grond van de cao geen recht op de ploegendiensttoeslag. Daarom laat de kantonrechter in het midden of er daadwerkelijk sprake was van ploegendienst. Ook bij de verklaring dat hun arbeidsvoorwaarden onrechtmatig eenzijdig zijn gewijzigd, hebben de werknemers onvoldoende belang. Werknemer 1 en werknemer 3 zijn inmiddels uit dienst. Werknemer 2 wil bovendien niet terug naar het rooster van vóór 2017. Hij heeft in 2024 zelfs uit eigen initiatief meer late diensten gewerkt dan volgens het toen geldende rooster verplicht was. De financiële compensatie wordt eveneens afgewezen. Werknemers hebben onvoldoende onderbouwd dat zij schade hebben geleden. CleanLease heeft hen bovendien onverplicht de overwerktoeslag en toeslag voor bijzondere uren betaald en hun in 2021 een eenmalige looncorrectie toegekend. Ook als werknemers verplicht in een ploegendienst zouden hebben gewerkt, zouden zij op grond van de cao geen recht hebben op de ploegendiensttoeslag van 15%. Daarbij bepaalt de cao dat deze toeslag niet wordt gecumuleerd met de toeslag voor bijzondere uren. Werknemers hebben verder aangevoerd dat het, ondanks de uitsluiting in de cao, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om deze uitsluiting op hen toe te passen. Ook dat standpunt slaagt niet. De cao-partijen hebben volgens de kantonrechter een reden gehad om werknemers met een bepaald salaris uit te sluiten van de ploegendiensttoeslag. Bovendien hebben werknemers al onverplicht andere toeslagen ontvangen. Zij hebben niet toegelicht waarom zij daarnaast alsnog recht zouden hebben op de ploegendiensttoeslag. Alle vorderingen worden daarom afgewezen. Ook de wettelijke verhoging, rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Werknemers worden veroordeeld in de proceskosten.
