Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8475
Feiten
Werknemer is in dienst bij Brand New Day Bank N.V. (hierna: BNDB). Medewerkers van BND kunnen hun fiets of auto stallen in de parkeergarage onder het gebouw. Als een fietser naar binnen wil, moet hij bovenaan de helling naar de garage een ‘tagscanner’ voor de lezer houden, waarna de garagedeur voor hem opengaat. Op 4 november 2024, even voor 9:00 uur, heeft werknemer, bij het binnenfietsen van de parkeergarage van het gebouw, de naar beneden komende garagedeur tegen zijn hoofd gekregen. Als gevolg hiervan heeft werknemer letsel aan zijn hoofd en nek opgelopen. Volgens werknemer is BND haar zorgplicht van artikel 7:658 BW niet nagekomen. Er was sprake van een onveilige situatie. Ondanks het gebruik van de tagscanner heeft het immers kunnen gebeuren dat de garagedeur naar beneden is gegaan, zonder dat er een beveiligingsmaatregel, zoals een sensor, is aangebracht om dit te voorkomen. De schade is ook ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden. Er is namelijk sprake van een functioneel verband tussen de activiteit waarbij de schade is ontstaan en de dienstbetrekking. Weliswaar arriveerde werknemer bij de parkeergarage voorafgaand aan de officiële start van zijn werkzaamheden, maar dat was geen openbare parkeergarage. Het was een voor de werknemers van BND bestemde parkeergarage waarover BND ook invloed kon uitoefenen, bijvoorbeeld door de eigenaar van de garage te verzoeken een defect te repareren. Werknemer baseert de aansprakelijkheid van BND subsidiair op artikel 7:611 BW. Volgens hem heeft de werkgever, ook in een niet-werksituatie, de verantwoordelijkheid om de veiligheid van zijn werknemers te waarborgen als zij zich op het bedrijfsterrein bevinden voor werkgerelateerde doeleinden. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat BNW aansprakelijk is voor zijn schade.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat werknemer, toen het incident gebeurde, nog niet aan het werk was. Hij was nog onderweg naar zijn werkplek en was daar nog niet aangekomen. Hij reed alleen nog maar de parkeergarage in. Dat inrijden heeft te gelden als woon-werkverkeer. Dat zijn werkgever aan zijn medewerkers logistieke aanwijzingen heeft gegeven voor het stallen van een fiets of ander vervoermiddel, betekent nog niet dat daarmee al sprake is van uitoefening van de werkzaamheden. Nu geen sprake is van schade die is ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden, is artikel 7:658 BW niet van toepassing. Of BND heeft voldaan aan haar zorgplicht uit hoofde van dit artikel, kan dan ook onbesproken blijven. Ook als er met werknemer van uit zou worden gegaan dat de zorgplicht van de werkgever op grond van artikel 7:611 BW zich uitstrekt tot de door die werkgever gehuurde parkeergarage waar werknemer zijn fiets in kan stallen, is in dit geval onvoldoende gesteld voor het oordeel dat BND zich niet als een goed werkgever heeft gedragen. Anders dan werknemer heeft gesteld, was er geen aanleiding voor BND om een veiligheidsmaatregel te nemen, of er bij zijn verhuurder op aan te dringen dat zo’n maatregel zou worden genomen, die erin voorziet dat de deur ook opengaat als er niet of niet goed is geregistreerd dat er een tagscanner is aangeboden. Zoals BND terecht heeft opgemerkt is het om veiligheidsredenen helemaal niet de bedoeling dat dit mogelijk is. Het systeem van pasjes/tagscanners voorziet er juist in dat de deur alleen opengaat voor personen die over zo’n pasje beschikken en dat aanbieden. BND hoefde ook geen aanleiding te zien om te twijfelen – en zo nodig maatregelen te nemen – aan de deugdelijkheid van de garagedeuren en het tagscannersysteem. Werknemer heeft, voor zover hij dat heeft gesteld, niet aangetoond en onderbouwd dat er vóór het voorval op 4 november 2024 al over het niet functioneren van de tagscanner of de garagedeuren was geklaagd. BND heeft er, door middel van een bordje bij de scanner, ook op gewezen dat fietsers indien nodig moeten afstappen. Al met al is dus niet komen vast te staan dat BND haar zorgplicht van artikel 7:611 BW – als die in dit verband al op haar zou rusten – heeft geschonden. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.
