Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Benu Apotheken B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 5 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5967
Uitleg van de arbeidsovereenkomst en de cao. Werknemer op wie de Cao Apotheken vrijwillig van toepassing is verklaard heeft recht op de loonsverhoging van 8% uit de cao maar niet op eindejaarsuitkering.

Feiten

Werknemer is per 1 september 2009 in dienst getreden bij Benu Apotheken B.V. (hierna: BENU) in de functie van beherend apotheker. Werknemers die in het bezit zijn van het diploma van apotheker, onder wie dus werknemer, zijn uitgezonderd van de toepasselijkheid van de Cao Apotheken (hierna: cao). Sinds de aanvang van het dienstverband zijn de loonsverhogingen van de cao altijd gevolgd. In de arbeidsovereenkomst is dit ook overeengekomen: “het salaris zal worden aangepast overeenkomstig de in de Cao Apotheken vastgelegde structurele loonsverhogingen”. In deze zaak gaat het om de vraag of werknemer met ingang van 1 januari 2025 en 1 januari 2026 op grond van de arbeidsovereenkomst recht heeft op een loonsverhoging van 8% zoals werknemer stelt, of van 4,25% zoals BENU stelt. Daarnaast moet de vraag beantwoord worden of werknemer recht heeft op een eindejaarsuitkering zoals die is ingevoerd met de Cao Apotheken 2024-2027.  BENU stelt dat de inhaalindexatie van 3,75% geen structurele loonsverhoging is. Deze inhaalindexatie is, zo staat in de preambule, alleen bedoeld voor bepaalde functies die zijn achtergebleven bij de lonen van dezelfde functies in andere organisaties.  Werknemer vordert, onder meer, achterstallig loon.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de inhoudsopgave van de cao volgt dat bijlage 1 hoort bij artikel 6 van de cao. Artikel 6 ziet op de salarissen van de werknemers die onder de cao vallen. In de bijlage staan loontabellen voor de verschillende functies en hierin zijn de loonsverhogingen per periode verwerkt en doorberekend. De bijlage is dus niet specifiek opgemaakt om aan te geven welke functies recht hebben op de inhaalindexatie. Dat de functie van apotheker daar niet bij staat, is vanzelfsprekend nu apothekers van deze cao zijn uitgesloten. Die bijlage was dus ook nooit relevant voor werknemer en dat zijn functie daarin niet is vermeld, maakt dan ook niet dat hij dús is uitgesloten van de inhaalindexatie. De uitleg van BENU van de cao-tekst zou ertoe leiden dat de cao-partners invulling hebben gegeven aan artikel 4 van de arbeidsovereenkomst van (onder andere) werknemer, namelijk welke verhogingen op hem wel of niet van toepassing zijn. Dat kan vanzelfsprekend niet het geval zijn. Het zou anders kunnen zijn indien de inhaalindexatie alleen voor een heel specifieke groep van de werknemers die onder de cao vallen bedoeld is. BENU heeft echter in het geheel niet duidelijk gemaakt dat er werknemers zijn die wel onder de cao vallen maar wier functies niet in bijlage 1 worden genoemd en die dus niet in aanmerking komen voor de inhaalindexatie. Uit de cao valt echter niet op objectieve wijze af te leiden dat de zinsnede waarin functies worden uitgesloten van de inhaalindexatie ziet op werknemers die onder de cao vallen. De inhaalindexatie moet dan ook worden aangemerkt als een onderdeel van de voor alle werknemers geldende structurele loonsverhoging. Dat deze op grond van de cao niet zou gelden voor apothekers met wie werkgevers zijn overeengekomen de cao te volgen, volgt dan ook niet uit die cao. Zoals reeds is overwogen, kan de cao ook niet specifiek iets bepalen over niet aangesloten werknemers. Artikel 4 van de arbeidsovereenkomst geeft evenmin enig aanknopingspunt voor de conclusie dat een inhaalindexatie geen deel zou uitmaken van de structurele loonsverhoging. Het ligt eerder voor de hand dat, als alle functies kennelijk zijn achtergebleven bij de algemene loonontwikkeling, dit ook geldt voor apothekers wier salaris die cao volgt. Dat dit anders is, heeft BENU overigens ook niet onderbouwd. De kantonrechter legt de bepalingen zo uit dat werknemer recht heeft op de gehele structurele loonsverhoging die voor iedereen die in bijlage 1 van de cao staat genoemd. In de Cao Apotheken is de vaste eindejaarsuitkering als nieuwe arbeidsvoorwaarde opgenomen. BENU voert aan dat deze eindejaarsuitkering niet valt onder de in artikel 4 van de arbeidsovereenkomst bedoelde structurele loonsverhogingen uit de cao. Artikel 4 ziet volgens BENU alleen op het salaris en een vaste eindejaarsuitkering kan niet worden gelijkgesteld met het maandsalaris. De kantonrechter is van oordeel dat de eindejaarsuitkering niet onder artikel 4 van de arbeidsovereenkomst valt. Zoals al eerder is overwogen moet bij de uitleg van artikel 4 van de arbeidsovereenkomst ook worden betrokken wat partijen over en weer van elkaar mochten verwachten en de betekenis die zij aan de tekst gaven. Het ligt dus het meest voor de hand dat met “het salaris” in de tweede zin het maandsalaris wordt bedoeld zoals BENU stelt. De loonvordering wordt gedeeltelijk toegewezen en de wettelijke verhoging wordt zonder matiging toegewezen. BENU wordt in de proceskosten veroordeeld.