Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 17 augustus 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5314
Feiten
Werknemer is sinds 1 februari 2025 verzorgende in opleiding met een leer-/arbeidsovereenkomst en is door zijn werkgeefster Stichting Treant Care (hierna: Treant) op staande voet ontslagen. Hij zou een dementerende bewoner hebben geslagen en hierover tijdens een onderzoek hebben gelogen. Daar is werknemer het niet mee eens en hij heeft de kantonrechter verzocht het ontslag te vernietigen en Treant te veroordelen om hem weer toe te laten tot zijn werk en zijn loon door te betalen vanaf de ontslagdatum. Voor het geval hij niet meer terug kan, vraagt hij om betaling van de transitievergoeding, een vergoeding voor onregelmatig ontslag en een billijke vergoeding. Treant heeft, voor het geval het ontslag wordt vernietigd en werknemer weer bij haar wil werken, ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en de verzoeken van werknemer afgewezen. Aan het voorwaardelijke verzoek van Treant kwam de kantonrechter daarom niet toe. De bedoeling van het hoger beroep van werknemer is dat de afgewezen verzoeken alsnog worden toegewezen, met dien verstande dat in plaats van vernietiging van het ontslag is gevraagd de arbeidsovereenkomst te herstellen.
Oordeel
Het hof bevestigt het oordeel van de kantonrechter. Het slaan van een bewoner levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Tussen partijen is ook niet in geding dat het slaan van een bewoner daarvoor al genoeg is. Treant heeft naar het oordeel van het hof na de melding voldoende snel gehandeld. Werknemer wist duidelijk waarom hij werd ontslagen. Aan de hand van getuigenverklaringen, een tijdlijn en andere omstandigheden is het hof van oordeel dat voldoende is bewezen dat werknemer de bewoner heeft geslagen en dat hij vervolgens daarover heeft gelogen. Het hof benadrukt dat werkgeefster bij een procedure over een ontslag op staande voet ook later verkregen bewijsmateriaal mag gebruiken. Treant is dus niet beperkt tot het bewijs dat al beschikbaar was op het moment van het ontslag. Omdat het ontslag op staande voet terecht gegeven is, is er geen grond voor een vergoeding voor het niet in acht nemen van de opzegtermijn of een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen door Treant. Voor een transitievergoeding kan ook bij ontslag op staande voet plaats zijn wanneer ernstige verwijtbaarheid van de werknemer ontbreekt. Het hof is echter van oordeel dat werknemer wel ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Zijn verzoeken worden dus afgewezen.
