Naar boven ↑

Rechtspraak

Olympia Nederland BV/werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8449
Richtlijnen oneerlijke bedingen en consumentenrechten niet van toepassing op arbeidsovereenkomst (studiekostenbeding). Behalen rijbewijs C geen noodzakelijke scholing voor de functie van bijrijder, maar startkwalificatie voor functie chauffeur.

Feiten

Een uitzendkracht (functie bijrijder) is een opleidingsovereenkomst aangegaan ten behoeve van het behalen van het vrachtwagenrijbewijs C. De studieschuld (geldlening) bedraagt € 3.665,24 plus een eigen bijdrage van de uitzendkracht van € 1.650. De uitzendkracht stelt zich op het standpunt dat deze overeenkomst in strijd is met consumentenrecht en de Richtlijn oneerlijke bedingen. Voorts beroept de uitzendkracht zich op de nietigheid van de studieovereenkomst onder verwijzing naar artikel 7:611a BW. 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. 

Richtlijnen oneerlijke bedingen en consumentenrechten niet van toepassing op arbeidsovereenkomst (studiekostenbeding)

Arbeidsovereenkomsten zijn uitgesloten van toetsing aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EG) en de Richtlijn consumentenrechten (2011/83/EU), omdat de betrokken partijen in een dergelijke rechtsverhouding niet handelen als consumenten of verkopers in de zin van die richtlijnen.

Behalen rijbewijs C geen noodzakelijke scholing voor de functie van bijrijder, maar startkwalificatie voor functie chauffeur

Werknemer was bijrijder en wenste zelf rijbewijs C te halen om voortaan zelf als chauffeur te functioneren. Deze opleiding was dus niet noodzakelijk voor het uitoefenen van de functie die hij op dat moment uitoefende. Verder is van belang dat werkgever werknemer gedurende de opleiding de opdracht heeft gegeven werkzaamheden te gaan verrichten die het betreffende rijbewijs vereisen. Onder die omstandigheden kan de rijopleiding dan ook niet worden aangemerkt als scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie in de zin van artikel 7:611a lid 1 BW, maar moet het behalen van het rijbewijs worden gekwalificeerd als een opleiding tot het verkrijgen van een startkwalificatie als vrachtwagenchauffeur. Duidelijk is immers dat het behalen van het rijbewijs C noodzakelijk is om later als vrachtwagenchauffeur aan het werk te kunnen gaan. Zonder deze startkwalificatie kan werknemer geen werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur verrichten, ook niet onder supervisie. Een dergelijke startkwalificatie valt niet onder de vergoedingsplicht van een werkgever. Het studiekostenbeding in de opleidingsovereenkomst is dan ook niet nietig.

  • Rechters: L. van Berkum
  • Wetsartikelen: 7:611a BW
  • Onderwerpen: Studiekosten
  • Trefwoorden: studiekostenbeding, startkwalificatie, noodzakelijke scholing, consumentenrecht, oneerlijke bedingen, bijrijder en chauffeur c