Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 21 augustus 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5162
Kort geding. Niet is komen vast te staan dat werkgever monteur toestemming heeft gegeven werkzaamheden te verrichten op Aruba voor eigen bedrijf. Risico niet werken komt voor rekening werknemer.

Feiten

Werknemer is per 2023 in dienst getreden bij werkgever in de functie van monteur. In de arbeidsovereenkomst is een verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen. Na het overlijden van de eigenaar van werkgever hebben partijen gesprekken gevoerd over een mogelijke overname door werknemer. Tot een overname is het niet gekomen. In de lente van 2026 heeft werknemer enkele weken samen met een compagnon werkzaamheden verricht op Aruba. Op 30 juni 2026 is werknemer geïnformeerd dat hij op het werk diende te verschijnen. Desondanks is hij opnieuw voor enkele weken naar Aruba vertrokken. Bij e-mailbericht van 2 juli 2026 heeft werkgever werknemer (onder meer) meegedeeld dat er sprake is van ongeoorloofd verzuim en dat hij daarom geen aanspraak kan maken op loon. Op het over juli 2026 verschuldigde salaris heeft werkgever 106,4 uren als ongeoorloofd verzuim in mindering gebracht. Werknemer vordert achterstallig loon. Werkgever vordert verbeurde boetes in verband met overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Nu sprake is van een loonvordering is het spoedeisend belang gegeven. Volgens werknemer heeft hij, hoewel door zijn verblijf op Aruba niet beschikbaar voor de bedongen werkzaamheden, toch recht op loon, omdat werkgever toestemming heeft gegeven voor het werken op Aruba. Werkgever heeft de gestelde toestemming betwist. Om te kunnen beoordelen of werkgever toestemming heeft gegeven (een zelfstandig verweer van werknemer, waarvan stelplicht en bewijslast op hem rusten), is nadere bewijslevering nodig waarvoor in kort geding geen plaats is. De stelling van werknemer (ter zitting) dat hij in de relevante periode niet was ingepland voor werkzaamheden bij werkgever – waaruit dan de toestemming zou moeten worden afgeleid – slaagt niet, nu werkgever (onbetwist) heeft aangevoerd dat iemand anders verantwoordelijk was voor de planning. Dit betekent dat in deze procedure niet van de gestelde toestemming kan worden uitgegaan en daarmee dat de loonvordering (en de daarmee samenhangende vorderingen) van werknemer moeten worden afgewezen. De door werknemer gevorderde schorsing van het verbod op nevenwerkzaamheden en/of gevorderde vervangende toestemming om naar Aruba te vertrekken om daar werkzaamheden uit te voeren wordt afgewezen. Dat het belang van werkgever bij het kunnen inzetten van zijn werknemer zou moeten wijken voor het belang van werknemer bij vertrek naar Aruba valt niet in te zien. Werkgever maakt aanspraak op een bedrag van € 11.000 in verband met het overtreden van het verbod op nevenwerkzaamheden. Deze vordering wordt afgewezen. Nog daargelaten de vraag of het voor toewijzing van deze vordering noodzakelijke spoedeisende belang aanwezig is, geldt dat het in casu niet gaat om nevenwerkzaamheden (werkzaamheden die een werknemer buiten de tijdstippen waarop de bedongen arbeid moet worden verricht voor anderen uitvoert, ernaast dus), maar om ongeoorloofd verzuim, waarbij in plaats van de bedongen arbeid werkzaamheden voor anderen worden uitgevoerd. Niet is vast komen te staan (en bovendien betwist) dat werknemer onder meer jaarrekeningen aan zijn schoonvader zou hebben verstrekt. De vordering om de jaarrekeningen te vernietigen dan wel te retourneren wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.