Naar boven ↑

Update

Nummer 1, 2026
Uitspraken van 1 januari 2026 tot 7 januari 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Nota n.a.v. Verslag Wet meer zekerheid flexwerkers
Op 22 december verscheen de Nota naar aanleiding van het verslag van de Wet meer zekerheid flexwerkers (Kamerstukken II 2025/26, 36746, nr. 7), waarin de regering antwoord geeft op tal van vragen rondom deze wetgeving.

De VVD informeerde of de doorbrekingstermijn van zes maanden bij de ketenregeling niet voldoende effect heeft gesorteerd om misbruik te voorkomen. De regering wijst naar data waaruit volgt dat 10% van de tijdelijke arbeidskrachten een vorm van draaideurconstructie ervaart (doorbreking van zeven maanden). Een langere doorbrekingstermijn blijkt effectief. Op de vraag of de regering bereid is een kortere termijn te overwegen, antwoordt zij: ‘Hoewel elke grens natuurlijk in enige mate arbitrair is, is de regering van mening dat vijf jaar een passende termijn is, die aansluit bij de fiscale bewaartermijn voor loonbelastingverklaringen.’

Over de vraag wat kwalificeert als ‘essentiële arbeidsvoorwaarden’ in de zin van de Waadi, blijft de regering van mening dat ‘pensioen’ hier niet onder valt. Wachtdagen bij ziekte vallen hier wel onder.

Wordt 2026 dan toch echt het jaar van nieuwe wetten? We houden u via de updates graag up to date!

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Ktr.: botsing van Wet voortgezet onderwijs 2020 en de cao Voortgezet Onderwijs 2024-2025 (onbevoegde docenten geen vaste aanstelling) met de ketenregeling. Ketenregeling gaat voor op branchespecifieke (niet-arbeidsrechtelijke) regeling
In AR 2026-0020 staat de vraag centraal of een werknemer zonder lesbevoegdheid op basis van negen jaarcontracten werkzaam is op basis van een tijdelijke of vaste arbeidsovereenkomst. De werkgever wijst op de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de cao Voortgezet Onderwijs 2024-2025 waarin is bepaald dat lesonbevoegden geen vaste arbeidsovereenkomst mogen hebben. De kantonrechter oordeelt evenwel dat de ketenregeling een wezenlijk onderdeel is van het arbeidsrecht, dat ingericht is ter bescherming van de werknemer. Een dergelijk wezenlijke beschermingsbepaling kan niet ondergraven worden door een branchespecifieke bepaling die niet arbeidsrechtelijk van aard is, maar gericht is op optimalisatie van de kwaliteit van het onderwijs. Het is aan de werkgever om die wettelijke regels toe te passen en ervoor te zorgen dat hij daaraan voldoet. Dat hij dat vervolgens niet doet, kan niet aan de werknemer worden tegengeworpen.

Ktr.: substantiële en structurele arbeidsomvangvermindering leidt wel tot gedeeltelijke beëindiging, maar doet vervaltermijn transitievergoeding niet aanvangen
In AR 2026-0017 oordeelt de kantonrechter over de vraag of met de gedeeltelijke beëindiging na een periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, de transitievergoedingsvervaltermijn is gaan lopen (en inmiddels is verstreken). Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer pas voor het eerst in 2025, bij het voornemen van werkgeefster om zijn dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen, door werkgeefster is geconfronteerd met de berekening van de transitievergoeding en werknemer als reactie daarop (alsnog) aanspraak heeft gemaakt op de in januari 2017 ontstane gedeeltelijke transitievergoeding. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in een dergelijk geval de vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 BW niet aan werknemer worden tegengeworpen. 

Ktr.: werkgever hoeft werkneemster niet te wijzen op mogelijkheid van ziekmelding bij urenvermindering. Niet verlengen van tijdelijke arbeidsovereenkomst wegens ‘spanningen binnen het team’ is een keuze van de werkgever die niet ernstig verwijtbaar is
In AR 2026-0028 oordeelt de kantonrechter over de vraag of werkgever de arbeidsomvang in overeenstemming met werkneemster heeft mogen aanpassen van 30 naar 20 uur, omdat werkneemster last had van migraine en prikkels waardoor ze niet te vroeg kon starten met werken en evenmin in de winkel kon staan. Volgens werkneemster had werkgever haar toentertijd moeten uitleggen dat zij zich voor 10 uur ziek kon melden. Door haar niet goed te informeren heeft zij gedwaald, dan wel heeft werkgever zijn verplichtingen op grond van artikel 7:611 BW geschonden. De kantonrechter deelt deze opvatting niet. De vermindering in uren was ingegeven door de beperking van werkneemster om bepaalde uren te werken en bepaalde werkzaamheden te verrichten. Zij kon dus wel werken, maar niet op alle tijdstippen van de dag en zij kon ook niet alle werkzaamheden doen. Gelet daarop lag een ziekmelding niet in de rede.
Over het niet verlengen van haar tijdelijke arbeidsovereenkomst omdat er inmiddels te veel spanningen binnen het team waren, oordeelt de kantonrechter dat dit een keuze is van de werkgever die niet ernstig verwijtbaar is.

Hof: op Schiphol rust geen juridische verplichting om de arbeidsomstandigheden van werknemer, of naleving van de arbovoorschriften voor het bagage- en vrachtpersoneel in het algemeen, actief te controleren of daarop toe te zien
In de kern gaat AR 2026-0011 erover of Schiphol, als exploitant van de luchthaven – naast de werkgever – aansprakelijk is voor schade van een werknemer, opgelopen als gevolg van te zware/onveilige arbeidsomstandigheden bij de werkgever. Het hof stelt voorop dat de verantwoordelijkheid voor veilige arbeidsomstandigheden en het toezicht daarop primair ligt bij respectievelijk de werkgever en de arbeidsinspectie. Op Schiphol rust geen juridische verplichting de arbeidsomstandigheden van werknemer, of naleving van de arbovoorschriften voor het bagage- en vrachtpersoneel in het algemeen, actief te controleren of daarop toe te zien. Ook het betoog van werknemer dat er sprake is (geweest) van het bewust onrechtmatig profiteren van een wanprestatie van de grondafhandelaren door Schiphol, faalt. Gesteld noch gebleken is immers dat er sprake is van een handelen van Schiphol met een partij (een grondafhandelaar) die door dit handelen een door hem met zijn contractspartij (werknemer) gesloten overeenkomst schendt. Het is namelijk niet Schiphol dat een overeenkomst aangaat met de grondafhandelaren tot het verzorgen van de bagageafhandeling en afhandeling van luchtvracht, maar dat doen de luchtvaartmaatschappijen zelf.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof

Rechtbank