Naar boven ↑

Rechtspraak

De Staat der Nederlanden/werkneemster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:8830
Mondelinge uitspraak. Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen. Werkneemster heeft onvoldoende inspanningen verricht om aan haar re-integratieverplichtingen te voldoen.

Feiten

Werkneemster was met ingang van 1 oktober 2019 werkzaam voor de Staat (Arbeidsinspectie), laatstelijk in de functie van medewerkster toezicht/inspecteur. Op 15 januari 2024 heeft zij zich ziek gemeld. Bij brieven van 24 oktober 2024 en 22 januari 2025 heeft de Staat werkneemster gemaand tot nakoming van de voor haar geldende re-integratieverplichtingen, in het bijzonder het bezoeken van de bedrijfsarts. Bij brief van 25 februari 2025 heeft de Staat de loonbetaling aan werkneemster per 24 februari 2025 opgeschort, omdat zij niet aan de voor haar geldende re-integratieverplichtingen heeft voldaan. Volgens het deskundigenoordeel van de arbeidsdeskundige van 12 juni 2025 is werkneemster zonder geldige reden niet verschenen op consulten bij de bedrijfsarts op 24 februari 2025, op 17 maart 2025 en op 31 maart 2025 en is daarmee sprake van een tekortkoming in de re-integratie-inspanningen van werkneemster. De arbeidsdeskundige stelt tevens vast dat werkneemster niet is verschenen op een aantal andere afspraken met de bedrijfsarts. De Staat verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan dit verzoek heeft de Staat in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat er sprake is van verwijtbaar handelen door werkneemster omdat haar re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn. Werkneemster stelt dat er een afspraak is gemaakt dat zij niet aan haar re-integratieverplichtingen hoeft te voldoen omdat de Staat de loonbetaling heeft opgeschort. Volgens haar is afgesproken dat de loonbetaling zou worden hervat zodra zou blijken dat de oproep voor het consult bij de bedrijfsarts op 24 februari 2025 haar niet heeft bereikt. De Staat betwist dat een dergelijke afspraak is gemaakt en werkneemster heeft vervolgens niet onderbouwd dat die afspraak is gemaakt.

Oordeel

De wetgever heeft erkend dat onder voorwaarden onvoldoende re-integratie-inspanningen als een invulling van verwijtbaar handelen kwalificeert. Werkgever moet de werknemer wel hebben gewaarschuwd. In dit geval heeft de Staat twee keer gewaarschuwd, namelijk bij brieven van 24 oktober 2024 en 22 januari 2025. Dus de Staat heeft aan zijn waarschuwingsplicht voldaan. Verder moet de loonbetaling zijn gestaakt als mindere sanctie. Ook dat is gebeurd. De wetgever zegt ook nog dat een verklaring van een arbeidsdeskundige voldoende kan zijn als een waarschuwing en een loonopschorting ontbreken. In dit geval zijn er zowel twee waarschuwingen, een loonopschorting en een deskundigenoordeel van een arbeidsdeskundige. Uit het deskundigenoordeel volgt dat werkneemster op drie consulten bij de bedrijfsarts zonder geldige reden niet is verschenen. Dat is volgens de bedrijfsarts een tekortkoming in de re-integratieverplichtingen van werkneemster. Anders dan de bedrijfsarts is de kantonrechter van oordeel dat van werkneemster ook mag worden verwacht dat zij op een roostervrije dag naar een consult bij de bedrijfsarts gaat. Van haar mag enige flexibiliteit worden verwacht. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2025 onder toekenning van de transitievergoeding.