Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 17 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7035
Feiten
Werkneemster is sinds 1 maart 2007 in dienst bij werkgeefster. Zij werkt 24 uur per week en ontvangt een loon van € 1.857,93 bruto per maand inclusief vakantietoeslag. In juni 2024 maakte werkneemster met haar echtgenoot een rondreis door de Verenigde Staten en Mexico. De vliegtickets boekte zij via werkgeefster, terwijl de overige reisonderdelen (overnachtingen en autohuur) bij andere aanbieders waren geboekt. Tijdens de reis werd werkneemster ernstig ziek, waarna zij in het ziekenhuis werd opgenomen en de reis voortijdig moest worden afgebroken. Na terugkomst bleef zij nog geruime tijd (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt en verrichtte zij tot en met mei 2025 haar werkzaamheden niet of beperkt. In september 2024 stelde werkneemster in het boekingssysteem van werkgeefster achteraf een boekingsbevestiging op van de reis uit juni-juli 2024. In deze bevestiging waren naast de via werkgeefster geboekte vliegtickets ook andere reiskosten opgenomen. Deze boekingsbevestiging diende zij in bij haar verzekeraar in het kader van een claim wegens het voortijdig afbreken van de reis. De verzekeraar keerde een bedrag uit, zij het tot het maximale verzekerde bedrag en niet het volledige bedrag van de opgevoerde kosten. Daarnaast boekte werkneemster via het systeem van werkgeefster zakelijke reizen voor het bedrijf van haar echtgenoot. Bij annulering van enkele van deze boekingen werden restituties gedaan aan de privérekening van haar echtgenoot. Volgens werkneemster was dit het gevolg van de inrichting van het boekingssysteem, waarin zakelijke boekingen op naam van een natuurlijk persoon moeten worden gedaan en restitutie plaatsvindt aan de hoofdboeker. Op 23 juni 2025 werd werkneemster uitgenodigd voor een gesprek met de financieel directeur en de bedrijfsjurist van werkgeefster. In dit gesprek werd zij geconfronteerd met signalen over mogelijk oneigenlijk gebruik van het boekingssysteem, waaronder de zakelijke annuleringen. Werkgeefster kondigde aan nader onderzoek te doen. Werkneemster bleef na dit gesprek haar werkzaamheden verrichten. Op 7 juli 2025 heeft werkgeefster werkneemster op staande voet ontslagen. Aan het ontslag legde werkgeefster ten grondslag dat werkneemster misbruik had gemaakt van het boekingssysteem door (i) het opstellen en gebruiken van een niet bestaande factuur/boekingsbevestiging ten behoeve van de verzekeraar en (ii) het laten restitueren van zakelijke boekingen naar de privérekening van haar echtgenoot. Werkneemster stelde zich op het standpunt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ontslag op staande voet
Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig. De kantonrechter stelt vast dat aan het ontslag een samengestelde dringende reden ten grondslag is gelegd, bestaande uit (i) het opmaken en indienen van een boekingsbevestiging/factuur bij de verzekeraar en (ii) het annuleren van zakelijke boekingen met restitutie naar de privérekening van de echtgenoot van werkneemster. Ten aanzien van de zakelijke annuleringen is niet voldaan aan de onverwijldheidseis. Deze gedragingen waren al bekend bij werkgeefster tijdens het gesprek van 23 juni 2025 en uiterlijk na de schriftelijke reactie van werkneemster op 25 juni 2025. Omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gebleken en werkgeefster niet heeft toegelicht welk nader onderzoek daarna nog is verricht, had zij veel eerder tot ontslag moeten overgaan. Het laten verstrijken van circa veertien dagen is niet onverwijld. Ten aanzien van het opmaken en indienen van de boekingsbevestiging is wel onverwijld gehandeld, maar dit gedrag levert geen dringende reden op. Hoewel werkneemster onzorgvuldig en onverstandig heeft gehandeld door een overzicht in het systeem van werkgeefster te gebruiken in plaats van de originele facturen over te leggen, is niet gebleken van fraude of het opzettelijk bevoordelen van zichzelf. De kosten zijn daadwerkelijk gemaakt, werkgeefster heeft geen nadeel geleden en werkneemster heeft een onberispelijk dienstverband van ruim 18 jaar. Een ontslag op staande voet is daarom buitenproportioneel; een waarschuwing had volstaan. Omdat geen van de aangevoerde redenen (afzonderlijk noch gezamenlijk) een dringende reden oplevert, is het ontslag op staande voet ongeldig.
Vergoedingen
Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, heeft werkneemster recht op diverse vergoedingen. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegewezen, omdat werkgeefster de geldende opzegtermijn niet in acht heeft genomen. De kantonrechter berekent deze vergoeding ambtshalve op € 5.109,30 bruto, overeenkomend met 2,75 maand loon. Ook de transitievergoeding wordt toegewezen. Van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van werkneemster is geen sprake. Het handelen van werkneemster rechtvaardigt niet het verlies van haar recht op een transitievergoeding. De kantonrechter stelt deze vast op € 11.365,89 bruto. Daarnaast wordt aan werkneemster een billijke vergoeding toegekend van € 23.000 bruto. Het ongeldig ontslag op staande voet kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster.
