Naar boven ↑

Rechtspraak

GNX B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 december 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:3617
Net als de kantonrechter wijst het hof het verzoek van GNX B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer op de a- of g-grond af. Verzoek tot wedertewerkstelling toegewezen.

Feiten

Werknemer is sinds 13 maart 2023 in dienst van werkgeefster. Zijn functie is General Counsel and Chief Information Security Officer. Zijn salaris bedraagt € 6.000 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. Werkgeefster is een internationaal opererende organisatie die dataverbindingen en internetaansluitingen levert in meer dan honderd landen. Over 2021, 2022 en 2023 heeft werkgeefster een negatief bedrijfsresultaat behaald, aanleiding om kostenbesparende maatregelen te nemen, waaronder een personeelsreductie. Dit leidde tot de beslissing tot het laten vervallen van drie arbeidsplaatsen, waaronder die van werknemer. Op 28 juni 2024 heeft werkgeefster een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV op grond van bedrijfseconomische omstandigheden. Bij beslissing van 30 september 2024 is toestemming geweigerd. Werknemer is sinds zomer 2024 vrijgesteld van zijn werkzaamheden. Werkgeefster heeft alsnog ontbinding verzocht omdat er sprake is van een reorganisatie waarbij de unieke functie van werknemer is komen te vervallen. Bij zelfstandig tegenverzoek heeft werknemer betaling van achterstallig salaris (bonus) en betaling van de werkelijk gemaakte advocaatkosten verzocht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat uit de financiële gegevens over de jaren 2021, 2022 en 2023 weliswaar blijkt dat de financiële situatie van werkgeefster niet goed was, maar dat voor de beoordeling juist de situatie in 2024 en de voorspelling voor 2025 van belang is. De door werkgeefster overgelegde stukken over 2024 en 2025, ter onderbouwing van haar stelling dat de situatie weliswaar minder slecht is maar nog steeds ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, zijn onvoldoende om het verzoek te kunnen toewijzen. Deze zijn overigens deels pas overgelegd op de zitting. Werknemer heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat hij zich hierop niet heeft kunnen voorbereiden. Wat hiervan zij, het betreft telkens slechts cijfermatige voorspellingen zonder nadere toelichting, opgesteld door de directie en derhalve niet door een externe deskundige. De cijfers zijn derhalve niet inzichtelijk noch controleerbaar. Het aanbod om deze cijfers op de zitting toe te laten lichten door de door werkgeefster meegebrachte adviseur komt te laat, nog los van de vraag of deze toelichting tot een andere conclusie zou leiden, omdat dit opnieuw geen onafhankelijk deskundige betreft. Ook het aanbod op de zitting om alsnog jaarstukken over 2024 te laten opmaken zodat een betere vergelijking kan worden gemaakt, komt te laat. Daar komt nog bij dat werkgeefster, afgezien van een enkel gesprek, zich onvoldoende heeft ingespannen om te voldoen aan de op haar rustende herplaatsingsplicht. Het ontbindingsverzoek is afgewezen. Het verzoek om betaling van de bonus is eveneens afgewezen net als het verzoek tot betaling van de werkelijke advocaatkosten omdat er geen sprake is van misbruik van het procesrecht. GNX bestrijdt het oordeel van de kantonrechter dat er geen sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden bestaande uit een slechte financiële situatie, die nopen tot de gevraagde ontbinding.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Uit de begroting voor de drie laatste kwartalen van 2025 en voor heel 2026 blijkt dat een positief resultaat wordt verwacht. Daar komt bij dat GNX in randnummer 12 van haar beroepschrift zelf ook aangeeft dat zij over 2025 geen verlies zal maken en 2026 voor het eerst in jaren met een positief resultaat kan worden afgesloten. Hieruit volgt dat GNX zelf (ook) erkent dat de prognose voor de te beoordelen periode van 26 weken (kwartaal 4 van 2025 en kwartaal 1 van 2026) positief is. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat bij GNX thans sprake is van dusdanig slechte bedrijfseconomische omstandigheden dat zij op die grondslag genoodzaakt is om de functie van werknemer te laten vervallen. Dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding is onvoldoende aannemelijk gemaakt. GDX wordt in de proceskosten veroordeeld.