Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:8547
Feiten
Werknemer is sinds 1 augustus 2017 in dienst bij Universiteit Leiden. Op grond van de toepasselijke cao (Cao Nederlandse Universiteiten) is de opzegtermijn drie maanden. Universiteit Leiden verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op grond van verwijtbaar handelen, subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsrelatie en meer subsidiair op grond van disfunctioneren.
Oordeel
Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen. Universiteit Leiden stelt (onderbouwd) dat werknemer stelselmatig onbereikbaar is, hij gesprekken met zijn leidinggevende weigert, werkafspraken niet nakomt, afwezig is bij overleggen en zich geregeld op een nare manier uitlaat tegenover collega’s. Universiteit Leiden stelt dat zij werknemer langdurig en herhaaldelijk op zijn gedrag heeft aangesproken, maar dat verandering is uitgebleven. Ook na een nieuwe kans onder een nieuwe leidinggevende heeft werknemer zijn gedrag niet aangepast. Werknemer is ook onbereikbaar voor Universiteit Leiden. Werknemer heeft voorgaande niet bewist. De kantonrechter is van oordeel dat dit gedrag van werknemer kan worden aangemerkt als verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Daarmee is sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Van ernstig verwijtbaar handelen is de kantonrechter echter niet gebleken. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 december 2025.
