Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 17 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7033
Feiten
Werknemer is op 1 maart 2025 bij werkgeefster in dienst getreden. Het salaris bedraagt € 13.500 bruto per maand. Werknemer maakt onderdeel uit van het managementteam. Werkgeefster is een onderneming die gespecialiseerd is in het ontwikkelen van software voor fysiotherapiepraktijken. Werknemer is op eigen initiatief en zonder voorafgaand overleg bij een grote concurrent van werkgeefster op gesprek geweest. Werknemer heeft zich naar eigen zeggen voorgedaan als ‘open sollicitant’, om op die manier informatie te verwerven over de bedrijfsvoering van die concurrent. Kort nadat hij werkgeefster van dit gesprek op de hoogte heeft gesteld, is werknemer geschorst. Werknemer vordert wedertewerkstelling. Werkgeefster voert verweer en heeft in reconventie een voorschot van € 152.000 gevorderd op aan haar verschuldigde boetes wegens overtreding van het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen geheimhoudingsbeding.
Oordeel
De vorderingen in conventie
De vraag die partijen verdeeld houdt, is of werkgeefster een redelijke en voldoende zwaarwegende grond had om werknemer op non-actief te stellen en deze op non-actiefstelling te handhaven. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval sprake is van een redelijke en voldoende zwaarwegende grond. Werknemer heeft meerdere gesprekken gevoerd met een van de grootste concurrenten van werkgeefster. Hij heeft dat gedaan door, in zijn woorden, ‘op slinkse wijze’ binnen te komen en informatie te vergaren over de bedrijfsvoering van die concurrent. Het had op de weg van werknemer gelegen om eerst te controleren of zijn werkgeefster, dan wel de mede MT-leden, het eens waren met deze werkwijze en zo ja, wat er dan wel en niet besproken zou mogen worden. Het is begrijpelijk dat dit binnen werkgeefster heeft geleid tot een ernstige vertrouwensbreuk, mede en met name gezien de positie die werknemer bekleedt. Werknemer beschikt over veel vertrouwelijke informatie en macht over alle interne systemen. Het is niet onredelijk dat werkgeefster werknemer gelet op de ernstige vertrouwensbreuk niet wil toelaten tot die informatie en niet wil dat hij invloed kan uitoefenen op de systemen, totdat ofwel het vertrouwen is hersteld, dan wel de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Dat werkgeefster een week heeft gewacht met de schorsing, maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat het handelen van werkgeefster, zoals werknemer stelt, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.
De vorderingen in reconventie
In reconventie moet de kantonrechter beoordelen of werknemer gehouden is tot betaling van een voorschot op verbeurde boetes, vanwege het schenden van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbepaling. De kantonrechter wijst de vordering in reconventie af. Er is geen spoedeisend belang gesteld of gebleken. Het boetebeding ziet volgens de tekst niet toe het geheimhoudingsbeding en bovendien staat niet vast of en zo ja welke informatie, als bedoeld in dat beding, door werknemer met de concurrent is gedeeld. Voor nader onderzoek daarnaar is in kort geding geen ruimte.
