Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ Royal Schophol Group N.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 december 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:3601
Op Schiphol rust geen juridische verplichting om de arbeidsomstandigheden van werknemer, of naleving van de arbovoorschriften voor het bagage- en vrachtpersoneel in het algemeen, actief te controleren of daarop toe te zien.

Feiten

Werknemer heeft vanaf medio 2007 werkzaamheden verricht op de luchthaven Schiphol. Vanaf november 2010 heeft werknemer gewerkt in dienst van (de rechtsvoorganger van) werkgever als medewerker Ramp Handling, een afdeling die het laden en lossen van vrachtvliegtuigen verzorgt. Op of omstreeks 20 augustus 2017 heeft werknemer zich ziekgemeld wegens ernstige rugklachten. Werknemer is door het UWV voor 100% arbeidsongeschikt beoordeeld. Werknemer heeft werkgever aansprakelijk gesteld. Naar aanleiding daarvan heeft werknemer in april 2022 een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten met de aansprakelijkheidsverzekeraar van werkgever. Begin september 2022 is in diverse landelijke media aandacht besteed aan de slechte arbeidsomstandigheden bij de grondafhandelingsbedrijven op de luchthaven Schiphol. In een brief van 15 september 2022 heeft werknemer Schiphol aansprakelijk gesteld voor de schade die hij lijdt als gevolg van zijn arbeidsongeval/beroepsziekte. Schiphol heeft in een e-mail van 21 oktober 2022 gemotiveerd aan werknemer meegedeeld dat en waarom zij geen aansprakelijkheid erkent. Werknemer heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat er sprake is van een onrechtmatige daad van Schiphol jegens hem en dat Schiphol aansprakelijk is voor zijn schade. De kantonrechter is tot het oordeel gekomen dat Schiphol niet aansprakelijk is en heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Werknemer komt tegen het vonnis in hoger beroep.

Oordeel

In de kern gaat deze zaak erover of Schiphol, als exploitant van de luchthaven - naast de werkgever - aansprakelijk is voor schade van een werknemer, opgelopen als gevolg van te zware/onveilige arbeidsomstandigheden bij de werkgever.  Het hof stelt net als de kantonrechter bij zijn beoordeling voorop dat de verantwoordelijkheid voor veilige arbeidsomstandigheden en het toezicht daarop primair ligt bij respectievelijk de werkgever en de arbeidsinspectie. Het hof is verder (met de kantonrechter) van oordeel dat op Schiphol geen juridische verplichting rust om de arbeidsomstandigheden van werknemer, of naleving van de arbovoorschriften voor het bagage- en vrachtpersoneel in het algemeen, actief te controleren of daarop toe te zien. Ook het betoog van werknemer dat er sprake is (geweest) van het bewust onrechtmatig profiteren van een wanprestatie van de grondafhandelaren door Schiphol, faalt. Een derde kan onder uitzonderlijke omstandigheden uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn jegens een van die contracterende partijen, namelijk als de derde handelt met en profiteert van de wanprestatie van de andere contractspartij onder de overeenkomst. Het leerstuk is naar het oordeel van het hof in deze zaak niet van toepassing. Gesteld noch gebleken is immers dat er sprake is van een handelen van Schiphol met een partij (een grondafhandelaar) die door dit handelen een door hem met zijn contractspartij (werknemer) gesloten overeenkomst schendt. Het is namelijk niet Schiphol dat een overeenkomst aangaat met de grondafhandelaren tot het verzorgen van de bagageafhandeling en afhandeling van luchtvracht, maar dat doen de luchtvaartmaatschappijen zelf. Werknemer heeft zich in hoger beroep voor wat betreft de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW in deze zaak gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof oordeelt dat artikel 7:658 lid 4 BW toepassing mist in deze zaak en het recht geen steun biedt voor de door werknemer voorgestane analoge toepassing van artikel 7:658 lid 4 BW op grond van de redelijkheid en billijkheid. Het hof is verder van oordeel dat werknemer in het licht van de gemotiveerde betwisting door Schiphol onvoldoende heeft aangevoerd om aan te nemen dat zijn schade mede is veroorzaakt door het slechte wegdek van de randwegen op Schiphol.  Ook het beroep op wanprestatie (art. 6:74 BW) faalt. De conclusie is dat het hoger beroep van werknemer niet slaagt.