Naar boven ↑

Rechtspraak

Discussie over eindafrekening: terugvordering voorschotten. Uitleg concurrentiebeding.

Feiten

Werknemer is van 1 april 1985 tot 1 maart 2024 op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam geweest voor Intercoating B.V. in de functie van commercieel technisch adviseur, laatstelijk voor 32 uur per week. Intercoating heeft bij de eindafrekening een al betaald voorschotbedrag van € 5.520 ingehouden en 24 vakantie-uren afgeschreven op de salarisspecificatie van februari 2024. Volgens werknemer heeft Intercoating dit ten onrechte gedaan. Intercoating betwist dat zij het voorschotbedrag ten onrechte heeft ingehouden, omdat dit voortkomt uit reeds betaalde voorschotten provisie, waarvan achteraf blijkt dat de opdrachten niet winstgevend zijn. Daarnaast betwist Intercoating dat zij gehouden is tot uitbetaling van vakantie-uren, omdat deze door werknemer zijn opgenomen. Voorts is Intercoating van mening dat werknemer door zijn indiensttreding per 1 maart 2024 bij het bedrijf B tekort is geschoten in de nakoming van het concurrentie- en geheimhoudingsbeding, dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, dan wel heeft gehandeld in strijd met goed werknemerschap. Intercoating eist daarom in reconventie dat werknemer veroordeeld wordt om aan haar te betalen een bedrag van € 40.000 aan boete of schadevergoeding.

Oordeel

Intercoating moet 24 vakantie-uren betalen

Intercoating heeft onvoldoende onderbouwd dat de door haar in februari 2024 afgeschreven 24 vakantie-uren zien op door werknemer genoten vakantiedagen op 2, 3 en 4 januari 2024. Volgens werknemer – en dit heeft Intercoating niet weersproken – heeft hij in de kerstperiode twee weken vakantie heeft opgenomen (de laatste week van december 2023 en de eerste week van januari 2024), wat gelet op zijn contract van 32 uur per week neerkomt op maximaal 64 vakantie-uren. Op de salarisspecificaties van december 2023 en januari 2024, die werknemer op zitting heeft laten zien, zijn in totaal al 74,39 vakantie-uren afgeschreven. Volgens werknemer volgt daaruit dat Intercoating in februari 2024 ten onrechte nog een keer 24 vakantie-uren heeft ingehouden voor de eerste week van januari 2024, omdat deze uren al in januari zijn afgeschreven.

Intercoating moet het ingehouden voorschot terug te betalen

Intercoating heeft ten onrechte op de eindafrekening een bedrag van € 5.520 netto in mindering gebracht, omdat werknemer er naar het oordeel van de kantonrechter gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Intercoating bij de eindafrekening de voorschotten niet zou terugvorderen wegens de niet-winstgevendheid van de opdrachten. Intercoating heeft namelijk ter zitting toegelicht dat zij in al de jaren dat werknemer bij haar werkzaam was (dus sinds 1985) niet eerder voorschotten voor provisies heeft teruggevorderd als de opdrachten niet winstgevend waren. Intercoating moet een wettelijke verhoging betalen van 50%.

Het concurrentiebeding is niet overtreden en er is geen sprake van onrechtmatig handelen

De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding niet helder is geformuleerd. De in het concurrentiebeding gekozen formulering biedt objectief taalkundig gezien geen aanknopingspunten om eerder aan te sluiten bij de door Intercoating voorgestane ruime uitleg, dan bij de door werknemer voorgestane uitleg. Daarbij weegt mee dat het niet zo is, wat Intercoating stelt, dat het bij de door werknemer voorgestane uitleg geen nut heeft om het stukje over de dienstbetrekking in het concurrentiebeding op te nemen. Van het handelen in strijd met goed werknemerschap kan geen sprake zijn, omdat werknemer niet meer in dienst is van Intercoating. Daarnaast staat het de werknemer in beginsel vrij om, als er geen concurrentiebeding is of niet aan de voorwaarden van overtreding van het concurrentiebeding wordt voldaan, te concurreren met zijn voormalige werkgever. Dit is slechts onder bijzondere omstandigheden onrechtmatig. De reconventionele vorderingen worden afgewezen.