Naar boven ↑

Rechtspraak

gedaagden 1 en 2/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 17 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7045
Bodemprocedure na deelgeschil. Verlof tussentijds hoger beroep van deelgeschilbeschikking verleend, er is beslist over de materiƫle rechtsverhouding.

Feiten

In het deelgeschil heeft de kantonrechter geoordeeld dat het detacheringsbedrijf waar werknemer in dienst is, aansprakelijk is voor een ongeval met een elektrische step tijdens een bedrijfsuitje. Gedaagden 1 en 2 zijn het niet eens met de uitspraak die de kantonrechter heeft gedaan in de deelgeschilprocedure. Zij willen daarvan in hoger beroep. Werknemer refereert zich als het daar om gaat aan het oordeel van de kantonrechter. Wel wil werknemer, als het verlof wordt verleend, zelf ook (incidenteel) hoger beroep instellen over de kosten van het deelgeschil. De kantonrechter geeft partijen in dit vonnis toestemming voor het instellen van tussentijds hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de beschikking is de deelgeschilrechter tot de conclusie gekomen dat het detacheringsbureau tegenover werknemer aansprakelijk is voor (de gevolgen van) de val van werknemer tijdens het bedrijfsuitje en dat is ook voor recht verklaard. Daarmee is een beslissing gegeven over de materiële rechtsverhouding tussen partijen zoals bedoeld in artikel 1019cc lid 1 Rv. Ook wat de deelgeschilrechter heeft beslist over de begroting van de kosten van het deelgeschil, is een bindende eindbeslissing over de materiële rechtsverhouding tussen partijen. Ook daar kan dus tegen opgekomen worden in hoger beroep. Dit geldt niet voor de veroordeling tot betaling van de kosten van het deelgeschil die, in situaties waarin aansprakelijkheid vast staat of is komen vast te staan, volgt op een begroting van deelgeschilkosten. De kantonrechter is van oordeel dat een tussentijds hoger beroep in deze zaak niet leidt tot onredelijke vertraging van de procedure. Daarbij heeft de rechtbank ook gelet op het feit dat werknemer heeft aangegeven zich aan te sluiten bij het oordeel van de kantonrechter hierover. Het verlof zal worden verleend. Hierbij heeft de kantonrechter meegewogen dat er ook niet is gesteld of op een andere manier is gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten of een juridische misslag wat dan voor de bodemrechter reden zou kunnen zijn om terug te komen op de beslissing die (in deelgeschil) is gegeven over de aansprakelijkheid. De kantonrechter is dus gebonden aan de beslissing dat het detacheringsbureau niet aansprakelijk is. Het kan zijn dat het hof daarover anders beslist. Daarom, en om redenen van proceseconomie, staat de rechtbank tussentijds hoger beroep toe. Omdat de zaak nu eerst naar het hof gaat, zal de kantonrechter deze zaak naar een roldatum over zes maanden verwijzen zodat partijen zich dan kunnen uitlaten over de stand van zaken op dat moment. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.