Naar boven ↑

Update

Nummer 15, 2026
Uitspraken van 9 april 2026 tot 15 april 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers
Afgelopen donderdag (9 april) vond de plenaire behandeling van Wetsvoorstel 36746 plaats. Naar aanleiding van het debat is een aantal moties ingediend, onder meer om te komen tot een concreet (wets)voorstel om de loondoorbetaling tijdens ziekte te beperken tot één jaar (nr. 37).

Over de doorbrekingstermijn van de ketenregeling lezen we naast kritische geluiden ook het volgende: ‘Dat die keten met 60 maanden nu wordt voorkomen, is fantastisch. Wat mij betreft had het 60 jaar moeten zijn. Geef mensen verdorie gewoon een vast contract, zoals het in een fatsoenlijk land zou moeten.’ (PVV)

De minister gaf later in het debat het volgende aan: ‘Maar ik zou bereid zijn om deze termijn terug te brengen naar drie jaar. Ik denk dat dat kan. Daarmee brengen we de administratieve lasten terug en daarmee denk ik dat we nog steeds doen wat we moeten doen, namelijk die draaideurfunctie tegengaan. (…) Ik meen eerlijk gezegd dat er voor die vijf jaar ook niet echt een verdediging te vinden was. Dat is ook aan de orde geweest in allerlei technische briefings. Ik ben bereid om naar drie jaar terug te gaan. (…) Mevrouw Michon zegt “breng het nou terug naar twee jaar” en er zijn hier misschien wel partijen die als je een voorstel voor één jaar zou indienen, dat ene jaar een nog beter idee zouden vinden. Maar dan loop je weer te veel risico met die draaideurconstructies en bij vijf jaar zijn de administratieve lasten hoog. Dat is het enige. Verder zit er geen theoretische onderbouwing onder drie jaar, maar ook niet onder twee jaar en eerlijk gezegd ook niet onder vijf jaar.’

Er is een flink aantal amendementen aangekondigd en moties ingediend. Klik hier om het verslag te lezen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: I-grond vereist niet ten minste één bijna voldragen grond en evenmin verzwaarde stelplicht
In AR 2026-0578 oordeelt de Hoge Raad over de vraag of bij de toepassing van de i-grond een bijna voldragen ontslaggrond is vereist en of er een verzwaarde stelplicht geldt voor de werkgever ten aanzien van deze grond, dat de cassatiemiddelen worden verworpen onder verwijzing naar artikel 81 RO. In dit geval had een manager financiën een liquiditeitstekort niet tijdig gemeld. De d- en g-grond werden als onvoldoende aangemerkt, maar de i-grond trof wel doel. Volgens de A-G komt een rechter vrijheid toe en biedt de parlementaire geschiedenis geen steun voor de opvatting dat er sprake moet zijn van een ‘bijna voldragen grond’ en evenmin voor een ‘verzwaarde stelplicht’.

Ktr.: RA-opleiding is geen noodzakelijke scholing voor AA-functie, ook niet als daarmee doorgroeikansen bij werkgever worden vergroot
In AR 2026-0579 staat de toepassing van de Nova-zaak (AR 2025-1236) centraal: is een RA-opleiding gevolgd door een AA-medewerker ‘noodzakelijke scholing’ in de zin van artikel 7:611a BW? De kantonrechter oordeelt dat er ‘in dit geval’ geen sprake is van noodzakelijke scholing, omdat voor de functie (AA) deze opleiding niet is vereist. Het feit dat deze scholing voor andere functies wel is vereist en werknemer met het volgen van de opleiding zijn promotiekansen vergroot, doet hieraan niet af.
Het studiekostenbeding is dus niet nietig. Wel wordt het studiekostenbeding (gedeeltelijk) ongeldig geacht op grond van gebreken voortvloeiend uit Muller/Van Opzeeland-criteria.

Ktr.: thuiswerkende werknemer die status ‘kantoor Rotterdam’ weergeeft, op staande voet ontslagen
In AR 2026-0567 oordeelt de kantonrechter als volgt over het ontslag op staande voet nadat een werknemer bewust onjuist zijn werklocatie registreerde. Werkgever is een bedrijf dat thuiswerken deels faciliteert en dat internationaal opereert. Zij geeft werknemers dus vrijheid, maar verwacht, en mag verwachten, anderzijds dat de werknemers daar correct en ook integer mee omgaan. Dit is essentieel voor deze wijze van bedrijfsvoering. De omstandigheid dat werknemer notabene op de afdeling ‘fraude’ werkte in combinatie met de ontbrekende of wisselende en weinig geloofwaardige verklaringen over zijn handelwijze en daarmee het gebrek aan openheid en zelfinzicht, maakt dat het handelen van werknemer voor werkgever onder de gegeven omstandigheden een dringende reden is.

Ktr.: discussies en voortdurend het verleden oprakelen in ellenlange e-mails rechtvaardigen ontbinding op de g-grond
In AR 2026-0562 oordeelt de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden op de g-grond. Van werkneemster mag worden verwacht dat zij op een gegeven moment het verleden niet meer oprakelt. Werkneemster zoekt voortdurend de discussie met werkgever op. Als werkneemster geen gelijk krijgt, volgen nieuwe lange e-mails en brieven. Het betreft een niet aflatende stroom van ellenlange e-mails en brieven, waarbij ook de onvriendelijke en verwijtende toon opvalt. Het binnen een redelijke termijn beantwoorden van alle e-mails legt een zware druk op de leidinggevende van werkneemster. Een extern organisatieadviesbureau heeft inmiddels vastgesteld dat werkneemster geen vertrouwen meer heeft in haar leidinggevende en dat deze spanningen in de weg staan aan een goede samenwerking binnen het team.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank