Naar boven ↑

Rechtspraak

Borrie Accountants B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3114
RA-opleiding is geen noodzakelijke scholing voor AA-functie, ook niet als daarmee doorgroeikansen bij werkgever worden vergroot.

Feiten

Op 1 mei 2020 is werknemer (geboren 1999) in dienst gekomen van CROP registeraccountants (hierna: CROP) in de functie van junior staff assurance. Werknemer kreeg de beschikking over een leaseauto. Verder is hij op 1 september 2020 gestart met de duale opleiding Bachelor of Science in Accountancy aan Nyenrode Business Universiteit, als onderdeel van zijn opleiding tot registeraccountant (hierna: RA-opleiding). Het duale karakter van deze opleiding hield onder andere in dat werknemer onderwijs volgde en werkte. In het algemeen volgde werknemer in iedere onderwijsweek één dag onderwijs en werkte hij de overige dagen bij CROP. De arbeidsovereenkomst met CROP bevatte een studiekostenbeding, op basis waarvan werknemer bij beëindiging van die overeenkomst gehouden kon zijn de door CROP gemaakte en vergoede studiekosten aan haar terug te betalen op basis van een staffel. Borrie heeft werknemer in 2023 benaderd en hem gevraagd of hij bij haar in dienst wilde komen. Borrie heeft hem toen aangeboden dat zij de studieschuld bij CROP en de leaseauto van CROP zou overnemen. Werknemer zou zijn duale opleiding voortzetten. Werknemer is op dit aanbod ingegaan en per 1 november 2023 gestart in de functie 'ervaren assistent-accountant'. In de functiebeschrijving hiervan staat onder andere dat deze functie een doorgroeifunctie betreft, maar dat deze functie ook gezien kan worden als een eindfunctie. Tevens staat daarin bij opleiding vermeld: ‘HBO AC/WO AC of Nyenrode’. Werknemer heeft op 22 september 2023 een nieuw studiekostenbeding getekend met een afbouwstaffel van drie jaren. Werknemer heeft op 7 januari 2025 zijn diploma WO Bachelor Accountancy aan Nyenrode behaald. In februari 2025 zegt werknemer de arbeidsovereenkomst op per 1 april omdat hij piloot wil worden. Borrie vordert € 17.294,05 aan studiekosten van werknemer.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. 

RA-opleiding is geen noodzakelijke scholing voor AA-functie, ook niet als daarmee doorgroeikansen bij werkgever worden vergroot

Uitgangspunt tussen partijen is dat werknemer de RA-opleiding volgde en dat dit de voor deze beoordeling relevante scholing is. Verder staat vast dat werknemer voor onbepaalde tijd in dienst was gekomen in de functie van ervaren assistent-accountant. Dit was de functie die hij (aanvankelijk) uitoefende (na verloop van tijd is hij doorgegroeid naar de functie van zelfstandig assistent-accountant). Voor de uitoefening van deze functie was niet noodzakelijk dat werknemer over een afgeronde RA-opleiding beschikte. Tussen partijen is immers niet in geschil dat werknemer in deze functie is aangenomen met zijn vwo-diploma en dat die functie ook een eindfunctie kan zijn. Weliswaar staat in de beschrijving van de functie van ervaren assistent-accountant als opleiding genoemd ‘HBO AC/WO AC of Nyenrode’, maar Borrie heeft toegelicht dat dit een gewenste opleiding is en dat meerdere van haar medewerkers die functie (blijven) uitoefenen zonder die opleiding te volgen, al dan niet nadat zij voortijdig met die opleiding zijn gestopt. Werknemer heeft dit onvoldoende betwist, zodat aan zijn stelling dat hij niet langer in dienst van Borrie zou kunnen blijven als hij zijn opleiding niet succesvol doorliep, voorbij wordt gegaan. Uit zijn arbeids- en studieovereenkomst volgt die consequentie ook niet. Daarbij komt dat in door Borrie overgelegde functiebeschrijvingen separaat wel de RA-opleiding (voor bijvoorbeeld accountantmedewerker) wordt genoemd, maar dat in de functiebeschrijving van ervaren assistent-accountant deze opleiding niet wordt genoemd. Ook daaruit valt af te leiden dat de RA-opleiding niet noodzakelijk is voor de uitoefening van deze functie. Hieraan doet niet af dat veel werknemers van Borrie in deze functie de RA-opleiding wel zouden volgen, zoals werknemer heeft aangevoerd, omdat een gebruikelijke opleiding nog geen noodzakelijke opleiding is.

Veeleer lijkt het volgen van de RA-opleiding in de verhouding tussen partijen gericht op het vergroten van de doorgroeimogelijkheden van werknemer bij Borrie, zoals ook uit zijn eigen stellingen valt af te leiden. In de functiebeschrijving van 'partner' staat, voor zover van belang, dat daarvoor een afgeronde RA-opleiding is vereist. Werknemer heeft niet betwist dat deze opleiding moet zijn afgerond voorafgaand aan het in die functie treden. Een afgeronde RA-opleiding voorafgaand aan die functie-uitoefening is in zoverre noodzakelijk, maar heeft dan veeleer als een startkwalificatie voor die functie te gelden. Dergelijke scholing is in de regel niet noodzakelijk voor de functie-uitoefening als bedoeld in artikel 7:611a lid 1 BW (vgl. HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1386, r.o. 3.2.6 en 3.4.2). Voor zover het de bedoeling of het einddoel was dat werknemer partner van en registeraccountant bij Borrie zou worden, zoals hij heeft aangevoerd, brengt dit dus evenmin mee dat de RA-opleiding noodzakelijk zou zijn voor die functie-uitoefening als bedoeld in dat wetsartikel. De slotsom van het voorgaande is dat de RA-opleiding voor werknemer nodig kan zijn voor het kunnen zetten van een functiestap bij Borrie, maar het is geen noodzakelijke scholing voor de uitoefening van de functie van ervaren assistent-accountant of partner/registeraccountant als bedoeld in artikel 7:611a lid 1 BW. Het studiekostenbeding is daarom niet nietig op grond van het vierde lid van dit artikel.

Studiekostenbeding voldoet niet (geheel) aan Muller/Opzeeland

Toch worden de door Borrie gevorderde studiekosten slechts gedeeltelijk toegewezen. Enerzijds omdat het studiekostenbeding onvoldoende rekening houdt met de mate waarin Borrie baat heeft gehad bij de door werknemer tijdens zijn studie verworven kennis en vaardigheden. Anderzijds omdat in het studiekostenbeding onvoldoende duidelijk is uiteengezet dat met de overname van de studieschuld van de vorige werkgever van werknemer de termijn waarop die overgenomen kosten verminderden, opnieuw zou aanvangen.