Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Zara Trading B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 10 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:2553
Werknemer vordert van werkgeefster achterstallig loon wegens het stopzetten van de loonbetaling tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. Loonstop is onterecht omdat hij de brieven en mails over re-integratie niet heeft ontvangen.

Feiten

Werknemer werkte voor Zara Trading B.V. (hierna: Zara) op basis van een arbeidsovereenkomst die liep tot 15 december 2025. Op 25 augustus 2025 heeft werknemer zich ziek gemeld. Vanaf 1 oktober 2025 heeft hij geen loon meer gehad. Volgens werknemer had hij dat wel moeten krijgen tot 15 december 2025. Hij eist dat Zara wordt veroordeeld het loon van in totaal € 6.317,92 bruto, met wettelijke verhoging en wettelijke rente, aan hem te betalen. Ook wil hij dat werkgeefster wordt veroordeeld om loonstroken voor november en december aan hem te geven. Tijdens de zitting heeft Zara gesteld dat zij het loon niet hoeft te betalen, omdat werknemer niet meewerkt aan zijn re-integratie. Zara heeft hem op 20 oktober 2025 een uitnodiging gestuurd om op gesprek te komen op 23 oktober 2025, maar hij is niet verschenen. Ze heeft hem daarna op 23 oktober 2025 een brief gestuurd met het verzoek om binnen vijf dagen contact op te nemen. Ook dat heeft hij niet gedaan. Ten slotte heeft Zara hem op 31 oktober 2025 een brief gestuurd waarin ze meedeelt dat ze het loon stopzet.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft voldoende onderbouwd dat hij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van zijn vordering. Zijn inkomen is opeens weggevallen en hij heeft gesteld daardoor niet meer te kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften van zijn gezin (met minderjarige kinderen). Zara heeft haar stelling dat werknemer geen spoedeisend belang heeft omdat hij ander werk heeft, tegenover zijn betwisting, niet nader onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Werknemer heeft betwist dat hij de brieven heeft gehad. Tijdens de zitting is gebleken dat er een verkeerde postcode op de brieven staat en uit de track-en-trace-overzichten blijkt dat de post retour is gekomen. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de brieven niet per post zijn aangekomen. Dit komt voor rekening van Zara, omdat zij wel de goede postcode had, aangezien die op de loonstroken staat. Ook het mailen van de brieven is fout gegaan en komt voor rekening van Zara, nu werknemer op 7 oktober 2025 nog naar Zara heeft gemaild en Zara dus zijn juiste mailadres had. Dat werknemer ooit een verkeerd adres heeft meegedeeld, blijkt uit niets. Dat Zara hem heeft gebeld betrof geen uitnodiging voor het gesprek, maar een algemeen gesprek over re-integratieverplichtingen. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat werknemer de uitnodigingen niet heeft gehad, zodat het logisch is dat hij niet is verschenen en geen contact heeft opgenomen. Het is daarom onaannemelijk dat in een gewone procedure zal worden geoordeeld dat werknemer niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie, zodat dit geen reden is om het loon niet te betalen. Nu Zara verder geen reden heeft gegeven om het loon niet te betalen, moet zij dit alsnog doen. Zara wordt veroordeeld om het loon van € 2.380,32 bruto per maand te betalen over oktober en november 2025 en € 1.089,28 bruto over 1 tot en met 15 december 2025. Ook wordt € 468 bruto aan vakantiegeld toegewezen. Omdat Zara het loon niet op tijd heeft betaald, moet zij wettelijke rente betalen vanaf de 1e dag van de volgende maand en voor het vakantiegeld vanaf 1 januari 2026. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 15%, omdat de reden voor het niet betalen samenhangt met een vergissing in de contactgegevens en geen kwade wil lijkt te zijn, maar Zara wel de gegevens had moeten controleren. Dit komt neer op € 947,69 bruto, met wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding. Zara moet daarnaast de loonstroken voor november en december 2025 alsnog binnen twee weken verstrekken. De proceskosten komen voor rekening van Zara.