Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3582
Feiten
Werknemer is op 29 mei 2022 als orderpicker in dienst getreden van Hanos Amsterdam B.V. (hierna: Hanos), een groothandel in horecaproducten. In 2025 zijn bij de Hanos-vestiging in Amsterdam, waar werknemer werkte, voorraadverschillen geconstateerd. Bij Hanos is daarom het vermoeden ontstaan dat werknemers grote hoeveelheden drank verduisterden. Hanos heeft daarom een onderzoek laten uitvoeren door een onderzoeksbureau. Het onderzoeksbureau heeft in het kader van het onderzoek bewakingsbeelden bekeken en de voorraadtelling vergeleken met de gefactureerde orders. Daaruit heeft het onderzoeksbureau geconstateerd dat er vermoedelijk vier werknemers (onder wie werknemer) betrokken zijn geweest bij het verduisteren van frisdrank en bier. Het onderzoeksbureau heeft in het onderzoeksrapport geconcludeerd dat werknemer meerdere rolcontainers heeft ingeladen met goederen waarvan uit de achterliggende voorraadbeheerdata is gebleken dat die op dat moment niet besteld waren. Verder is geconcludeerd dat werknemer de scanprocedure verkeerd heeft uitgevoerd en dat hij de rolcontainers heeft klaargezet, waarna deze zijn ingeladen door de chauffeur die ook betrokken was bij de verduistering. Hanos heeft werknemer bij brief van 28 oktober 2025 op staande voet ontslagen. In onderhavige procedure verzoekt Hanos om werknemer te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding. Werknemer betwist dat hij de drankvoorraad heeft verduisterd en dus dat er een dringende reden voor het ontslag was.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het onderzoeksbureau heeft in het rapport geconcludeerd dat er op verschillende dagen rolcontainers met grote hoeveelheden frisdrank en bier in een vrachtwagen zijn geladen, terwijl daarvoor geen bestelling was geplaatst. Volgens het rapport heeft werknemer daar op twee dagen een rol in gehad. Werknemer heeft niet betwist dat hij de persoon is die op de bewakingsbeelden te zien is. Uit het onderzoeksrapport volgt dat werknemer de producten waarvoor geen orderbon was in rolcontainers heeft verzameld en op de laadvloer (dock) heeft geplaatst, en dat op de beelden te zien is dat de transportplanner, die een bekennende verklaring heeft afgelegd, daarbij aanwezig was. Het had op de weg van werknemer gelegen om de constateringen van het onderzoeksbureau gemotiveerd te weerspreken of daarvoor een geloofwaardige verklaring te geven, maar dat heeft hij onvoldoende gedaan. Naar het oordeel van de kantonrechter kan dan ook worden vastgesteld dat werknemer heeft meegewerkt aan het verduisteren van de drankvoorraad. Die gedraging vormt in beginsel een dringende reden. Dat er omstandigheden zijn die maken dat er geen sprake is van een dringende reden, is onvoldoende gebleken. Werknemer is daarom een gefixeerde schadevergoeding aan Hanos verschuldigd. De gefixeerde schadevergoeding is gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging door werknemer had behoren voort te duren. Volgens Hanos is dat in dit geval 1,1 maand, omdat werknemer een opzegtermijn had van één maand en pas tegen het einde van de maand kon opzeggen, maar zij wordt daarin niet gevolgd. Werknemer had namelijk een oproepovereenkomst en daarvoor geldt dat de opzegtermijn voor de werknemer gelijk is aan de oproeptermijn. De oproeptermijn is in de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde cao verkort tot 24 uur. Dit betekent dat de gefixeerde schadevergoeding één werkdag bedraagt, te weten € 115,92 bruto.
