Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:2569
Proceskosten komen voor rekening van werkgever. Werkgever heeft pas tijdens procedure alsnog bruto-nettospecificaties aan werkneemster verstrekt. Werkneemster heeft terecht onderhavige procedure in gang gezet.

Feiten

Werkneemster is in dienst geweest van werkgeefster. Tussen partijen heeft eerder een procedure bij de kantonrechter plaatsgevonden over onder andere betaling van achterstallig loon en het verstrekken van loonstroken van dat achterstallige loon door werkgeefster aan werkneemster. Partijen hebben uiteindelijk op de zitting van 16 januari 2025 afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een proces-verbaal. Onderdeel van die afspraken was dat werkgeefster uiterlijk 1 april 2025 de ontbrekende loonstroken over 2024 en januari 2025 en een specificatie van de eindafrekening aan werkneemster zou verstrekken. Volgens werkneemster heeft werkgeefster dat niet gedaan. Daarom heeft werkneemster werkgeefster gedagvaard en geëist dat zij die loonstroken (bruto-nettospecificaties) alsnog verstrekt, op straffe van een dwangsom. Werkgeefster heeft verweer gevoerd. Op 25 november 2025 heeft werkgeefster de specificaties aan werkneemster verstrekt. Werkneemster heeft in haar akte medegedeeld dat zij haar vordering tot het verstrekken van de bruto-nettospecificaties en de daaraan gekoppelde dwangsom intrekt. Tussen partijen is enkel nog in geschil wie de proceskosten moet betalen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Zolang nog geen eindvonnis is gewezen, kan een eiser zijn vordering verminderen, ook tot nihil, zonder dat daarvoor de toestemming van de gedaagde partij nodig is (artikel 129 Rv). Een intrekking van een vordering – zoals hier het geval is – is in beginsel op te vatten als een vermindering van eis tot nihil. Feiten of omstandigheden die meebrengen dat hierover in dit geval anders moet worden geoordeeld zijn niet gesteld of gebleken. Deze vermindering van de vordering tot nihil heeft tot gevolg dat geen verder processueel debat meer zal plaatsvinden over die vordering. Er zal dus alleen een beslissing worden gegeven over de proceskosten. Werkneemster heeft in haar akte gesteld dat zij werkgeefster voorafgaand aan de procedure meerdere keren heeft gevraagd om de juiste bruto-nettospecificaties, maar dat werkgeefster die specificaties pas op 25 november 2025 heeft verstrekt. Werkgeefster heeft dat verder niet meer betwist. Daarmee staat vast dat werkgeefster alle juiste bruto-nettospecificaties pas tijdens deze procedure alsnog aan werkneemster heeft verstrekt. Werkneemster heeft dus terecht de onderhavige procedure in gang gezet. Daarom komen de proceskosten voor rekening van werkgeefster (artikel 237 Rv).