Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Legalitas B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 17 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1232
Niet kan worden vastgesteld dat werknemer wederrechtelijk bedragen van bankrekening werkgever naar eigen bankrekening heeft overgemaakt. Geen verrekening met transitievergoeding mogelijk. Werkgever veroordeeld tot betaling transitievergoeding (€ 5.400 bruto).

Feiten

Werknemer is op 1 januari 2023 in dienst getreden van Legalitas B.V. Het laatstgenoten salaris bedraagt € 5000 bruto per maand. Op 30 juni 2025 heeft Legalitas het UWV toestemming gevraagd om de arbeidsovereenkomst met werknemer te beëindigen op grond van bedrijfseconomische dan wel bedrijfsorganisatorische redenen. Werknemer is op 7 juli 2025 op de hoogte gesteld van verval van zijn functie. Diezelfde dag heeft werknemer zich ziek gemeld. Uit de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 12 augustus 2025 volgt dat er geen medische gronden zijn voor arbeidsongeschiktheid, maar dat mediation is geïndiceerd. Legalitas heeft per 1 oktober 2025 de loonbetaling stopgezet, omdat werknemer niet bereid is medewerking te verlenen aan mediation/een gesprek. Bij dagvaarding in kort geding van 25 november 2025 heeft werknemer onder meer doorbetaling van loon gevorderd. Legalitas heeft de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV opgezegd tegen 1 februari 2026. Werknemer verzoekt in de onderhavige procedure toekenning van de transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding voor immateriële schade.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Billijke vergoeding

De opzegging van de arbeidsovereenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Legalitas. Het causaal verband tussen het handelen van Legalitas en de toestemming van het UWV voor opzegging van de arbeidsovereenkomst ontbreekt. Het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding moet reeds daarom worden afgewezen.

Schadevergoeding ex artikel 7:611 BW en artikel 7:658 BW

Voor zover het standpunt van werknemer ook moet worden opgevat als een verzoek om schadevergoeding, dan moet dat verzoek worden afgewezen. Werknemer noemt in zijn verzoekschrift en pleitnota weliswaar artikel 7:611 BW en 7:658 BW, maar ook hier gaat de summiere onderbouwing mank. Daarbij komt dat de wettelijke regeling van de billijke vergoeding van artikel 7:682 lid 1 onder c BW een exclusieve regeling is. Dat wil zeggen dat alleen ingeval ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever heeft geleid tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, er plaats kan zijn voor toekenning van een billijke vergoeding. Er is daarnaast dus geen ruimte meer om een schadevergoeding toe te kennen als de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een gevolg is van of verband houdt met een schending van de zorgplicht of goed werkgeverschap, zonder dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. 

Verrekening met transitievergoeding

Legalitas erkent dat werknemer recht heeft op de transitievergoeding. Zij stelt echter dat werknemer vanaf de datum indiensttreding onder meer wederrechtelijk bedragen van de bankrekening van Legalitas aan zijn eigen bankrekening heeft overgemaakt. Legalitas kwalificeert het handelen als frauduleus. Het ziet op een totaalbedrag van € 2.187,94, hetgeen zij wil verrekenen met de aanspraak op de transitievergoeding. De kantonrechter oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat werknemer zich ten koste van Legalitas zou hebben verrijkt dan wel ten nadele van Legalitas frauduleus zou hebben gehandeld. De gegrondheid van het verweer van Legalitas om te komen tot verrekening is niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Afwijzing van het beroep op verrekening volgt. Legalitas wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding van € 5.400 bruto.