Naar boven ↑

Rechtspraak

Arbeidsrechtelijke omkeringsregel: werknemer is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en heeft klachten die kunnen zijn veroorzaakt door de werkomstandigheden van werknemer bij werkgeefster.

Feiten

Werknemer was tot 1 februari 2020 in dienst van werkgeefster als monteur buitendienst. In mei 2017 heeft werknemer zich arbeidsongeschikt gemeld vanwege hand-, pols- en elleboogklachten. De klachten zijn gediagnosticeerd als artrose, carpaal tunnelsyndroom aan beide zijden en tennisarmen. Partijen verschillen van mening over de vraag of werknemer gezondheidsschade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden en of werkgeefster daarvoor aansprakelijk is. 

Oordeel

De arbeidsrechtelijke omkeringsregel is van toepassing

De kantonrechter oordeelt dat uit het rapport van A (MSc van Bureau Beroepsziekten FNV) volgt dat werknemer is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden (de eerste voorwaarde voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel). Het verweer van werkgeefster dat moet worden uitgegaan van het rapport van de arbeidsdeskundige en dat van het UWV faalt. Deze rapporten zijn met een ander doel opgesteld, namelijk het beoordelen van de arbeids- en re-integratiemogelijkheden resp. de mate van arbeidsongeschiktheid. Op basis van het rapport van A en de medische adviezen van C kan bovendien worden geconcludeerd dat de artrose, het carpaal tunnelsyndroom en de tennisarmen klachten zijn die kunnen zijn veroorzaakt door de werkomstandigheden van werknemer bij werkgeefster (de tweede voorwaarde voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel). Het oordeel dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel van toepassing is, brengt met zich mee dat het op de weg van werkgeefster ligt om feiten en omstandigheden met betrekking tot de werksituatie van werknemer te stellen en te bewijzen die maken dat zij de op haar rustende zorgplicht is nagekomen.

Werkgeefster is tekortgeschoten in haar zorgplicht

Uit de passages uit het rapport van A blijkt dat de conclusie van A is dat werkgeefster haar zorgplicht tegenover werknemer heeft geschonden. Tegenover deze bevindingen van A over de diverse schendingen van de zorgplicht door werkgeefster, heeft zij onvoldoende (concrete) feiten en omstandigheden gesteld en onderbouwd die maken dat de bevindingen van A niet kunnen worden gevolgd en dat werkgeefster niet in haar zorgplicht is tekortgeschoten. De conclusie is dat werkgeefster aansprakelijk is voor alle door werknemer geleden en nog te lijden schade die het gevolg is van de bovengenoemde werkgerelateerde klachten. De zaak wordt verwezen naar een schadestaatprocedure.