Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:2683
Feiten
Werknemer is sinds 1 september 2013 in dienst bij Vanderlande Industries B.V. (hierna Vanderlande) in de functie van onderhoudstechnicus met een loon van € 3.924,87 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Hij was per 1 maart 2024 werkzaam op de luchthaven van Brussel. Op 6 februari 2025 is werknemer in België gearresteerd. Sindsdien heeft hij geen werkzaamheden meer verricht voor Vanderlande. Met ingang van 29 mei 2025 heeft Vanderlande de salarisbetaling stopgezet. De Schipholpas van werknemer is geblokkeerd en voor de luchthaven Brussel is een negatieve veiligheidsverificatie afgegeven. Vanderlande verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op de h-grond, subsidiair op de e-grond en meer subsidiair op de i-grond. Vanderlande krijgt ondanks verschillende verzoeken geen contact met werknemer. Ook is er onduidelijkheid over de duur van detentie. Zijn Schipholpas is geblokkeerd en voor de luchthaven Brussel is een negatieve veiligheidsverificatie afgegeven waardoor hij zijn werkzaamheden niet meer kan verrichten.
Oordeel
Omdat werknemer niet is verschenen is het verzoekschrift vervolgens op verzoek van Vanderlande op 3 februari 2026 door de gerechtsdeurwaarder in Brussel (België) (niet in persoon) aan werknemer betekend aan het adres van de gevangenis. Daarbij is werknemer opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. De deurwaarder heeft echter nadien bericht ontvangen dat werknemer in september 2025 de gevangenis in België heeft verlaten. Tevens is het verzoekschrift bij deurwaardersexploot van 6 februari 2026 (niet in persoon) aan werknemer betekend op zijn woonadres. Daarbij is hij opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. Blijkens de brief van 11 februari 2026 van de gerechtsdeurwaarder is dit het adres waar werknemer volgens de Basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven. Bij het uitbrengen van deze exploten zijn alle wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen werknemer verstek wordt verleend. Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De zogeheten h-grond geldt als een ‘vangnetbepaling’ voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis valt detentie daaronder. De arbeidsovereenkomst wordt met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub b BW ontbonden met ingang van 1 april 2026. Werknemer heeft geen recht op de transitievergoeding omdat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
