Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 1 april 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:1909
Feiten
Werkneemster is sinds 1 mei 2021 in dienst bij Humanitas in een HR-functie op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Binnen de organisatie, die onder meer bestaat uit de teams HR/PR/Kwaliteit, heeft zij meerdere leidinggevenden gehad. In 2023 werd zij projectleider van de implementatie van een nieuw personeelssysteem, maar zij trok zich op 1 november 2023 uit die rol terug vanwege “onvoldoende samenwerking en een gebrek aan communicatie” en omdat zij zich “ondermijnd” voelde. Dit leidde tot gesprekken met de bestuurder en leidinggevenden. In mei 2024 heeft de leidinggevende in een beoordelingsgesprek kritiek geuit op haar functioneren, waarbij hij onder meer stelde dat werkneemster “niet onpartijdig (genoeg) optreedt”, “eigen opvattingen centraal stelt” en dat sprake zou zijn van “manipulatief gedrag”. Ook werd gesproken over een patroon van gedrag en een “laatste kans” met vereiste gedragsverandering. In oktober 2024 werd opnieuw gesproken over signalen van collega’s over een “lastige samenwerking”, “ondermijnend gedrag” en een onveilige werksfeer. Partijen kwamen vervolgens in een mediationtraject terecht, maar dat eindigde op 5 juni 2025 zonder resultaat. Een arbeidsdeskundig onderzoek concludeerde op 1 augustus 2025 dat werkneemster niet geschikt was voor eigen werk, maar later (23 december 2025) dat zij wél geschikt is voor haar eigen functie en dat het conflict buiten de Wet verbetering poortwachter moet worden opgelost. De bedrijfsarts sloot zich daarbij aan en werkneemster werd per 22 december 2025 hersteld gemeld. Werkneemster bleef zich daartegen verzetten en verzocht een deskundigenoordeel bij het UWV. Humanitas verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair wegens disfunctioneren, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair op cumulatiegronden. Werkneemster verzet zich en verzoekt bij ontbinding een transitievergoeding en billijke vergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De arbeidsovereenkomst kan niet worden ontbonden wegens disfunctioneren. Hoewel werkneemster herhaaldelijk is aangesproken op communicatie en gedrag, is onvoldoende gebleken dat Humanitas een concreet verbetertraject of structurele begeleiding heeft geboden. Bovendien vergt de functie ruimte om kritische signalen over de organisatie te kunnen uiten. Wel is sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Uit de stukken blijkt dat partijen al langere tijd ernstig verschillen van inzicht over samenwerking en functioneren, dat gesprekken en mediation geen oplossing hebben gebracht en dat wederzijds vertrouwen ontbreekt. Het opnemen van gesprekken zonder toestemming heeft het vertrouwen verder onder druk gezet. Daarnaast is werkneemster blijven ontkennen dat er sprake was van een arbeidsconflict, wat herstel van de relatie heeft bemoeilijkt. Herplaatsing ligt niet in de rede vanwege de ernst en duurzaamheid van de verstoring en het verlies van vertrouwen. Ook is geen opzegverbod van toepassing, omdat de arbeidsdeskundige en bedrijfsarts hebben geoordeeld dat werkneemster geschikt is voor haar eigen werk en hersteld is gemeld. Zelfs bij arbeidsongeschiktheid zou ontbinding volgens de kantonrechter in het belang van werkneemster zijn geweest. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden. De transitievergoeding wordt toegewezen, maar de hoogte moet nog door partijen worden vastgesteld. Een billijke vergoeding wordt afgewezen omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Humanitas. Beide partijen hebben bijgedragen aan de verstoring. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
