Naar boven ↑

Update

Nummer 53, 2025
Uitspraken van 25-12-2025 tot 31-12-2025
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

2025, het jaar van studiekostenbeding, Upfield, i-grond, transitievergoedingen en zzp-wetgeving (‘on hold’)…
…eindigde vooral als het jaar waarin Rotterdam zijn iconische ‘Hoge Raad aan de Maas’ verloor: mr. W.J.J. (Wim) Wetzels
Kort na invoering van de WWZ kreeg kantonrechter Wetzels (AR 2015-1035) de vraag voorgelegd of de aanzegging(svergoeding) verschuldigd was indien een schriftelijke aanzegging weliswaar ontbrak, maar de werknemer in kwestie tijdig wist dat het contract niet zou worden verlengd. Wetzels overwoog: ‘Voor het betrachten van enige soepelheid met betrekking tot het wettelijk schriftelijkheidsvereiste, nu volgens [handelsnaam] [verzoeker] wist waar hij aan toe was, biedt het wetsartikel geen enkele ruimte nu de wet uitdrukkelijk verlangt dat de werkgever de werknemer schriftelijk informeert. Daarbij komt dat ten aanzien van de schriftelijkheid van de aanzegverplichting uit de wetsgeschiedenis (vide de MvA Kamerstukken I 2013/14, 33818, C, p. 79) onder meer blijkt dat de wetgever de eis van de schriftelijke aanzegging juist heeft gesteld ter bescherming van de werknemer. In zoverre dringt de vergelijking met de schriftelijkheid van het concurrentie- en proeftijdbeding zich op. (…) Op grond van het vorenstaande kan derhalve geen betekenis worden toegekend aan de omstandigheid dat [verzoeker] wist dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd.’

En natuurlijk zag onze Hoge Raad aan de Maas dit goed en hoefde de Haagse Hoge Raad er zeven jaar later  in zijn Maxs-beschikking (AR 2022-1124) niet veel aan toe te voegen: ‘Uit een en ander valt af te leiden dat de aanzegvergoeding mede het karakter heeft van prikkel tot naleving van de plicht tot schriftelijke aanzegging. Met dat karakter strookt om aan te nemen dat de aanzegvergoeding steeds verschuldigd is bij niet-inachtneming van de schriftelijkheidseis, ook indien voor de werknemer langs andere weg duidelijk was dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet of de werknemer geen nadeel heeft geleden door het niet naleven van de schriftelijkheidseis.’

Rechtvaardige uitspraken gewezen door een rechter met grondige kennis van het arbeidsrecht…. Maar vooral ook door een pragmatische geschilbeslechter. En als het even kon… in de vorm van ‘zijn’ artikel 96 Rv. Of het nu opvolgend werkgeverschap voor berekening van de transitievergoeding (AR 2025-1094), toepassing bedrijfstakpensioenfondsregeling op Letse zeevarenden (AR 2025-1013), het juiste sociaal plan-kader voor ontslagvergoedingen (AR 2018-1232) of de rechtsgeldigheid van een eenzijdige wijziging van ATV-dagen (AR 2016-1428) betrof, mr. Wetzels wees wijs, loste het geschil op en bracht het arbeidsrecht steeds weer verder.

Naast bevlogen rechter was Wim redacteur en auteur van diverse boeken en tijdschriften. Sprak hij veel voor de Rotterdamse advocatuur (VRAA). Doceerde hij nog meer over met name arbeidsprocesrecht en was hij – last but not least – zeer betrokken bij de master Arbeidsrecht in Rotterdam waar hij met zijn oefenrechtbank tijdens het vak Ontslagrecht meer dan 500 advocaten in spe de liefde voor de rechtspraak bijbracht.

Op 28 december 2025 overleed mr. Wetzels.

Een einde van rechtswege zonder aanzegging

Een einde waarvan hoger beroep en cassatie zijn uitgesloten

Ik mis je, Wim

Ruben

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Ok: wijziging statuten governance FNV door Ok-functionarissen (Heerts/Asscher) niet in strijd met het recht
In AR 2025-1654 wijst de Ondernemingskamer de verzochte voorziening toe om Asscher en Heerts eenmalig de bevoegdheid te verlenen in afwijking van de bestaande staturen een besluit te nemen tot wijziging van de statuten van FNV overeenkomstig de aan deze beschikking gehechte conceptstatuten. De omstandigheid dat de verzochte onmiddellijke voorziening afbreuk doet aan het statutaire en wettelijke recht van het ledenparlement om als algemene vergadering van de vereniging zelf te beslissen over een aanpassing van de statuten van FNV, weegt in de gegeven omstandigheden niet op tegen het door alle betrokkenen onderschreven belang van FNV bij de benoeming van een nieuw daadkrachtig bestuur. Dat geldt ook indien daarbij het door artikel 11 EVRM en het ILO-verdrag nr. 87 uitdrukkelijk beschermde, bijzondere karakter van FNV als vakvereniging wordt meegewogen.

Hof: werknemer heeft recht op inzage in geheel onderzoeksrapport naar veiligheid werkomgeving. Privacy van andere werknemers vormt onvoldoende ‘gewichtige redenen’ inzage af te wijzen
In AR 2025-1632 oordeelt het Hof Den Haag dat werknemer zich terecht op het standpunt stelt dat hij, zonder inzicht in de gehele inhoud van het rapport en de feiten en/of omstandigheden waarop de conclusies in het rapport zijn gebaseerd, niet in staat is zich voldoende tegen het ontbindingsverzoek van de RET te verweren en/of zijn verzoek om toekenning van een billijke vergoeding te onderbouwen. Hierdoor ontstaat een ongelijkheid tussen partijen, wat een eerlijk proces in gevaar brengt en strijd oplevert met het equality of arms-beginsel en de goede procesorde. Dit betekent dat werknemer in beginsel recht heeft op een afschrift van het rapport en de RET verplicht is dit aan hem te verstrekken. De RET stelt dat een gewichtige reden zich verzet tegen het verstrekken van het rapport. Het hof is van oordeel dat het belang van werknemer bij kennisname van het volledige rapport zwaarder weegt dan de belangen van de RET bij het achterhouden daarvan. Hierbij is in overweging genomen dat het pseudonimiseren van het rapport en de geheimhoudingsverplichting die aan werknemer zal worden opgelegd, voldoende tegemoetkomt aan de belangen van de RET en haar medewerkers.

Ktr.: opzegverbod tijdens ziekte staat in de weg aan ontbindingsverzoek wegens disfunctioneren en verwijtbaar handelen
In AR 2025-1645 oordeelt de kantonrechter dat werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat de verstoorde arbeidsverhouding geen verband houdt met de ziekte van werkneemster; het arbeidsconflict is juist na de ziekmelding ontstaan. Het opzegverbod staat daarom aan toewijzing van het verzoek in de weg. Ten aanzien van het verwijtbaar handelen en disfunctioneren oordeelt de kantonrechter dat werkgever niet tijdig en concreet heeft aangegeven dat er sprake was van onvoldoende functioneren, noch een serieus verbetertraject heeft aangeboden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat werkneemster ongeschikt is voor haar functie. De cumulatiegrond is evenmin voldragen.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank