Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 6 november 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:8425
Feiten
Werknemer was in dienst bij Trust Advocaten en heeft in december 2022 een bedrag ontvangen dat Trust Advocaten heeft aangemerkt als een voorschot op een bonus. De daadwerkelijke aanspraak op de bonus wordt volgens de bonusafspraak vastgesteld en uitbetaald in de maand maart volgend op het jaar waarop de bonus betrekking heeft, mits werknemer op dat moment nog in dienst is. Werknemer is in september 2023 uit dienst getreden, zodat hij in maart 2024 niet meer in dienst was bij Trust Advocaten. In het tussenvonnis van 12 juni 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat er sprake was van een voorschot en dat werknemer niet aan de voorwaarden voor aanspraak op de bonus heeft voldaan. Trust Advocaten is in de gelegenheid gesteld een cijfermatig overzicht over te leggen van het bedrag dat zij nog van werknemer te vorderen stelt te hebben. Bij akte van 10 juli 2025 heeft Trust Advocaten uiteengezet dat zij bij de eindafrekening nog € 1.678,68 aan werknemer verschuldigd was (vakantiegeld, vakantie-uren en wettelijke verhoging), welk bedrag volgens haar moet worden verrekend met het bonusvoorschot. Trust Advocaten stelt dat de op de loonstroken van juli en augustus 2023 vermelde verrekeningen van € 3.000 en € 1.629,63 geen daadwerkelijke betalingen of verrekeningen betreffen. Werknemer betwist dit en voert aan dat hij hooguit een nettobedrag zou moeten terugbetalen en dat Trust Advocaten onvoldoende inzicht heeft gegeven in de fiscale afwikkeling. Volgens zijn eigen berekening heeft hij juist nog recht op € 359,81.
Trust Advocaten verzoekt een verklaring voor recht dat werknemer gehouden is het te veel ontvangen loon/voorschot bonus terug te betalen en vordert betaling van € 8.321,32 bruto, alsmede € 1.403,33 aan buitengerechtelijke incassokosten. Werknemer betwist de vordering en stelt dat hij geen bedrag, althans geen brutobedrag, aan Trust Advocaten verschuldigd is.
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat Trust Advocaten zich op het standpunt stelt dat de informatie op de loonstroken niet overeenkomt met hetgeen daadwerkelijk is uitbetaald of verrekend. Onder verwijzing naar artikel 7:626 BW overweegt de kantonrechter dat de werkgever verplicht is inzicht te geven in het daadwerkelijk betaalde loon en de samenstelling daarvan. Trust Advocaten heeft geen loonstroken of andere stukken overgelegd waaruit blijkt wat feitelijk is betaald en is er ook bij nadere akte niet in geslaagd volledig inzicht te verschaffen, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door werknemer. De kantonrechter oordeelt dat Trust Advocaten haar vordering tot terugbetaling van het bonusvoorschot onvoldoende heeft onderbouwd en wijst deze vordering af. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, nu Trust Advocaten niet heeft gesteld welke buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter volhardt voor het overige bij het tussenvonnis van 12 juni 2025 en compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
