Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 16 december 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:2685
Feiten
Werknemer is op 1 april 1985 bij de Rotterdamse Elektrische Tram N.V. (hierna: ‘RET’) in dienst getreden en was laatstelijk werkzaam als sectiechef veiligheid bij de afdeling Veiligheid. In januari 2024 heeft de leidinggevende van werknemer e-mails ontvangen van vier collega’s van werknemer die daarin uitgebreid hun zorgen uiten over de werksfeer op de afdeling Veiligheid en waarin enkelen hun negatieve ervaringen met en over het gedrag van onder andere werknemer delen. Werknemer is daarop op 31 januari 2024 geschorst. De RET heeft in maart 2024 het onderzoeksbureau Verinorm opdracht gegeven onderzoek te doen naar de werkcultuur binnen de afdeling Veiligheid. Het onderzoek door Verinorm is in juni 2024 afgerond. De bevindingen zijn vastgelegd in het ‘Rapport RET, intern onderzoek naar leidinggevenden van de afdeling Veiligheid’. De RET heeft het rapport niet met werknemer gedeeld. De RET heeft vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De RET heeft daarbij een deel van het rapport in het geding gebracht. Bij beschikking van 17 januari 2025 heeft de kantonrechter op verzoek van de RET per 1 maart 2025 de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden op de grond dat de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld. In dit verzoek tot inzage verzoekt werknemer dat de RET hem het gehele rapport verstrekt. De RET stelt dat zij de privacy en belangen van de overige medewerkers moet beschermen en daarom een gewichtige reden heeft om het rapport niet te verstrekken.
Oordeel
Het gerechtshof oordeel als volgt. Op grond van artikel 195 lid 1 Rv kan de rechter een partij bevelen om inzage, afschrift of een uittreksel van bepaalde gegevens te verstrekken als deze partij daartoe niet zelf overgaat en voldaan is aan de vereisten die voortvloeien uit artikel 194 lid 1 Rv. Deze vereisten zijn dat (i) er een rechtsbetrekking tussen partijen is, (ii) de informatie voldoende bepaald is en (iii) er voldoende belang bestaat. Als zich echter een gewichtige reden voordoet die zich verzet tegen het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel, zal een bevel van de rechter achterwege moeten blijven (artikel 194 lid 2 Rv). Tussen partijen is niet in geschil dat er tussen hen (i) een rechtsbetrekking bestaat en (ii) dat de informatie voldoende bepaald is. Wel in geschil is of (iii) werknemer voldoende belang heeft. Vooropgesteld wordt dat werknemer bekend is met het rapport, daar niet over beschikt en het nodig heeft in de hogerberoepsprocedure tegen de bestreden beschikking omdat het relevant kan zijn voor een op voorhand niet als kansloos aan te merken verweer of verzoek. Hier komt bij dat het rapport in de kantonprocedure een belangrijke rol voor de RET speelde ter onderbouwing van haar verzoek. Ook de kantonrechter heeft aan het rapport groot gewicht toegekend. Het hof is van oordeel dat werknemer zich terecht op het standpunt stelt dat hij, zonder inzicht in de gehele inhoud van het rapport en de feiten en/of omstandigheden waarop de conclusies in het rapport zijn gebaseerd, niet in staat is zich voldoende tegen het ontbindingsverzoek van de RET te verweren en/of zijn verzoek om toekenning van een billijke vergoeding te onderbouwen. Hierdoor ontstaat een ongelijkheid tussen partijen, wat een eerlijk proces in gevaar brengt en strijd oplevert met het equality of arms-beginsel en de goede procesorde. Dit betekent dat werknemer in beginsel recht heeft op een afschrift van het rapport en de RET verplicht is dit aan hem te verstrekken. De RET stelt dat een gewichtige reden zich verzet tegen het verstrekken van het rapport. Het hof is van oordeel dat het belang van werknemer bij kennisname van het volledige rapport zwaarder weegt dan de belangen van de RET bij het achterhouden daarvan. Hierbij is in overweging genomen dat het pseudonimiseren van het rapport en de geheimhoudingsverplichting die aan werknemer zal worden opgelegd, voldoende tegemoetkomt aan de belangen van de RET en haar medewerkers.
