Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Slingeland Ziekenhuis/werkneemster
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 16 december 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:8451
In kort geding wijst het hof de vordering tot wedertewerkstelling af hangende de ontbindingsprocedure in hoger beroep.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 oktober 2005 in dienst bij het Slingeland Ziekenhuis als ziekenhuisapotheker. Sinds 2008 was zij vakgroepmanager en verantwoordelijk voor het apothekersteam. Vanaf mei 2025 is zij op grond van samenwerkingsproblemen vrijgesteld van haar werkzaamheden. Werkneemster is het daarmee niet eens en wil weer aan het werk. Werkneemster heeft daarom een kortgedingprocedure aangespannen en gevorderd dat het Slingeland Ziekenhuis wordt veroordeeld haar toe te laten tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De voorzieningenrechter heeft deze vordering toegewezen en het Slingeland Ziekenhuis veroordeeld in de proceskosten. Het Slingeland Ziekenhuis is het daarmee niet eens. De bedoeling van het hoger beroep is dat het hof de vorderingen van werkneemster alsnog afwijst. Bovendien wil het Slingeland Ziekenhuis dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van de veroordeling wordt geschorst. Werkneemster heeft ook hoger beroep ingesteld en wil daarmee bereiken dat het hof de opgelegde dwangsommen verhoogt.

Oordeel

Het hof moet beoordelen of de gevorderde voorlopige voorziening tot tewerkstelling, in afwachting van de uitkomst van de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, gelet op de wederzijdse belangen van partijen gerechtvaardigd is. Gelet op het voorlopige karakter van de kortgedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. Het Slingeland Ziekenhuis stelt aan de hand van 22 verklaringen dat er een zwaarwegende grond is om werkneemster niet toe te laten tot haar werk. Die grond bestaat erin dat de verhoudingen op de werkvloer diepgaand zijn verstoord en dat die verstoring zo ernstig is dat, als werkneemster wordt toegelaten tot haar werk, uitval of vertrek van medewerkers van het team dreigt en de continuïteit van de ziekenhuisapotheek in het geding is. Werkneemster betwist dat: zij heeft een zwaarwegend belang om haar werkzaamheden te verrichten omdat zij daarmee haar kennis en vaardigheden op peil kan houden en kan voldoen aan de vereisten van haar registratie als ziekenhuisapotheker. Zij vindt bovendien dat zij in haar nieuwe functie geen eerlijke kans heeft gehad, ook niet na het vonnis in kort geding waarbij de tewerkstelling is gelast. Het hof oordeelt dat voor de vraag of werkneemster nu tot haar werk moet worden toegelaten van belang is dat er in elk geval bij een deel van het team, waaronder de vakgroep en het management, ernstig wantrouwen bestaat richting werkneemster en dat de verhoudingen verstoord zijn. Dat blijkt uit de overgelegde verklaringen en ook werkneemster erkent dat voor een belangrijk deel. Dat betekent dat voor terugkeer in haar functie nodig is dat dat er (eerst) gewerkt wordt aan herstel van vertrouwen. Daarvoor zullen in elk geval individuele begeleide gesprekken gevoerd moeten worden binnen de vakgroep, zo heeft werkneemster op de mondelinge behandeling ook aangegeven. Maar gezien de ervaren sociale onveiligheid zal er meer nodig zijn, ook richting de apothekersassistenten en farmaceutisch medewerkers. Dit vergt tijd en een aanzienlijke inspanning van de medewerkers en van werkneemster zelf en zal naar verwachting ook de nodige impact hebben op alle betrokkenen en op het team. Het Slingeland Ziekenhuis heeft een gerechtvaardigd belang om op dit moment de rust in het apothekersteam te behouden zolang nog niet definitief is beslist over het ontbindingsverzoek. Het hoger beroep slaagt en het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd.  Het incidenteel hoger beroep van werkneemster slaagt niet.