Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 december 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:3620
Feiten
Tussen de verschillende gremia binnen FNV bestaat al langere tijd een geschil over de manier waarop de diverse organen van de vereniging met elkaar zouden moeten omgaan. Dat geschil is steeds verder geëscaleerd en partijen komen daar onderling niet meer uit. FNV heeft als gevolg daarvan op dit moment geen bestuur met een voldoende draagvlak binnen alle geledingen van de vereniging en er is op dit moment geen vertrouwen meer in het verkiezingsproces dat zou moeten leiden tot een nieuw bestuur. Om dat op te lossen heeft de Ondernemingskamer bij eerdere beschikking een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van FNV en bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure de OK-functionarissen (Asscher en Heerts) benoemd tot leden van de raad van toezicht van FNV met gezamenlijk een beslissende stem. De OK-functionarissen hebben de Ondernemingskamer verzocht om bij wijze van nadere onmiddellijke voorziening, primair, in afwijking van artikel 51 van de statuten van FNV te bepalen dat de OK-functionarissen bevoegd zijn een besluit te nemen tot het wijzigen van de statuten van FNV en dat ieder van hen bevoegd is de akte van statutenwijziging te doen verlijden. FNV Personeel c.s., het interim-bestuur (grotendeels), sectorraden en de ondernemingsraad hebben het verzoek van de OK-functionarissen ondersteund en verzocht het verzoek toe te wijzen. Het ledenparlement heeft de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van de OK-functionarissen af te wijzen.
Oordeel
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt.
Statutenwijziging van FNV door OK-functionarissen niet in strijd met artikel 11 EVRM en ILO-verdrag nr. 87
Alle partijen zijn het erover eens dat de bestaande impasse in het bestuur van FNV niet kan blijven voortbestaan. Het is in het belang van FNV en in het algemeen belang noodzakelijk dat FNV haar rol als grootste Nederlandse vakvereniging weer naar behoren kan vervullen en daarvoor is nodig dat nu zo snel mogelijk een nieuw bestuur van FNV wordt benoemd, dat kan rekenen op brede steun binnen de organisatie van FNV en van de leden. Dat nieuwe bestuur zal echter alleen goed kunnen functioneren als eerst de bestaande knelpunten in de governance van FNV worden weggenomen. Aanpassing van de statuten van FNV overeenkomstig de conceptstatuten neemt die knelpunten weg. Een andere, minder ingrijpende voorziening die even effectief zou zijn, is niet voorhanden.
De omstandigheid dat de verzochte onmiddellijke voorziening afbreuk doet aan het statutaire en wettelijke recht van het ledenparlement om als algemene vergadering van de vereniging zelf te beslissen over een aanpassing van de statuten van FNV, weegt in de gegeven omstandigheden niet op tegen het door alle betrokkenen onderschreven belang van FNV bij de benoeming van een nieuw daadkrachtig bestuur. Dat geldt ook indien daarbij het door artikel 11 EVRM en het ILO-verdrag nr. 87 uitdrukkelijk beschermde, bijzondere karakter van FNV als vakvereniging wordt meegewogen. De van de onmiddellijke voorziening uitgaande beperking van de rechten van artikel 11 EVRM is bij wet voorzien (art. 2:349a lid 2 BW), geschiedt in het algemeen belang (bij die afweging van belangen wordt vooropgesteld dat FNV als grootste Nederlandse vakvereniging een cruciale rol vervult in het Nederlandse maatschappelijk bestel. Zo brengt FNV collectieve arbeidsovereenkomsten tot stand met (verenigingen van) werkgevers en sluit zij sociaal plannen af bij reorganisaties. Daarnaast is FNV betrokken bij verschillende overleggen in de landelijke politiek, is zij een van de centrale partijen bij de Stichting van de Arbeid en levert zij 8 van de 36 leden van de Sociaal-Economische Raad. FNV oefent daarmee in het belang van alle werknemers in Nederland belangrijke invloed uit op wetgeving en beleid. De huidige impasse binnen de organisatie van FNV maakt dat zij op dit moment die cruciale rol onvoldoende kan vervullen.) en is noodzakelijk in een democratische samenleving, waarbij is voldaan aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit (de leden van FNV, vertegenwoordigd in de bondsraad en in het congres, hebben op basis van de conceptstatuten nog steeds de bevoegdheid om zo nodig in te grijpen bij de benoeming en het ontslag van bestuurders van FNV. Dat daarbij is gekozen om, anders dan bij de huidige statuten van FNV, de bondsraad niet langer de bevoegdheid te geven om zelf de bestuurders te benoemen en te ontslaan, is goed te begrijpen).
Daarbij weegt verder mee dat een met de onmiddellijke voorziening gemaakte inbreuk op de statutaire en dwingendrechtelijke bevoegdheden van het ledenparlement van tijdelijke aard is en dat het de nieuw te vormen bondsraad op grond van de conceptstatuten vrijstaat om desgewenst de statuten van FNV weer anders in te richten. De slotsom is dat de Ondernemingskamer de verzochte onmiddellijke voorziening in die zin zal toewijzen dat zij voor de duur van het geding zal bepalen dat de OK-functionarissen in afwijking van artikel 51 van de statuten van FNV en artikel 2:42 lid 1 BW eenmalig bevoegd zijn een besluit te nemen tot wijziging van de statuten van FNV overeenkomstig de aan deze beschikking te hechten conceptstatuten (met eventuele technische correcties) en dat ieder van hen bevoegd is de akte van statutenwijziging te doen verlijden.
