Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting ROC Mondriaan
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 8 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:23331
Opzegging van de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Toewijzing billijke vergoeding van € 186.000.

Feiten

Werkneemster is per 2005 in dienst getreden bij Stichting ROC Mondriaan (hierna: Mondriaan) als docente. Door al langer bestaande medische beperkingen kan zij geen fysiek les geven. In mei 2022 heeft Mondriaan besloten te stoppen met online onderwijs, waardoor de functie van E-docent is komen te vervallen. Op 5 oktober 2022 heeft het UWV op verzoek van werkneemster een deskundigenoordeel afgegeven over de vraag of Mondriaan voldoende doet om haar weer aan het werk te helpen. Het UWV heeft geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen van Mondriaan tot 13 september 2022 onvoldoende zijn, omdat werkneemster geen werkzaamheden verricht en ook geen concreet uitzicht heeft op werk hoewel er sinds mei/juni 2022 sprake is van enige belastbaarheid, maar Mondriaan geen concrete acties heeft ondernomen. Op 15 mei 2023 heeft het UWV op verzoek van werkneemster opnieuw een deskundigenrapport uitgebracht. Hierin heeft het UWV geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van Mondriaan in de periode van 13 september 2022 tot 12 april 2023 onvoldoende zijn geweest. Aan het einde van het tweede ziektejaar heeft werkneemster een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft op 7 september 2023 aan Mondriaan een loondoorbetalingssanctie opgelegd tot 7 november 2024, omdat zij onvoldoende heeft gedaan om werkneemster te re-integreren. De aanvraag voor een WIA-uitkering is daarom niet in behandeling genomen. Bij beslissing van 26 november 2024 heeft het UWV werkneemster met ingang van 31 oktober 2024 een WIA-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 73,35%. Bij beslissing van 11 april 2025 heeft het UWV aan Mondriaan toestemming verleend voor opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Mondriaan heeft de arbeidsovereenkomst hierna opgezegd per 1 juni 2025. Werkneemster verzoekt veroordeling van Mondriaan tot betaling van een billijke vergoeding van € 186.000. Werkneemster stelt dat Mondriaan ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door niet aan haar re-integratieverplichtingen te voldoen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.  De kantonrechter is van oordeel dat de feiten en omstandigheden over de periode vanaf 25 oktober 2021, in onderlinge samenhang bezien, tot de conclusie leiden dat Mondriaan haar re-integratieverplichtingen jegens werkneemster in ernstige mate heeft veronachtzaamd. Gedurende het gehele re-integratietraject heeft Mondriaan herhaaldelijk nagelaten de verplichtingen na te komen die zij als werkgever had terwijl de belastbaarheid van werkneemster op meerdere momenten concrete aanknopingspunten bood om de re-integratie voort te zetten of nieuw leven in te blazen. Door deze kansen telkens onbenut te laten, heeft Mondriaan structureel gefaald in haar verantwoordelijkheid als werkgever. Dat maakt de veronachtzaming naar het oordeel van de kantonrechter ernstig verwijtbaar. Uit het dossier blijkt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende dat de hiervoor genoemde aan Mondriaan te wijten gedragingen ertoe hebben geleid dat werkneemster niet binnen drie jaar ziekte kon re-integreren, als gevolg waarvan de arbeidsovereenkomst is opgezegd. Er wordt een billijke vergoeding van € 186.000 bruto toegewezen. De vergelijking van het in de hypothetische situatie zonder ernstig verwijtbaar handelen of nalaten en de situatie zoals die nu is, resulteert in een inkomensverlies van € 248.124,58 bruto. De kantonrechter acht het, gezien de onzekerheden in de toekomstige ontwikkelingen, niet billijk om dit bedrag integraal toe te wijzen. Ook wordt Mondriaan veroordeeld tot betaling van achterstallig loon. Mondriaan heeft erkend dat werkneemster op grond van de cao recht heeft op vergoeding van de kosten voor het aanvragen van het deskundigenoordeel van 15 juli 2024. Het verzochte bedrag van € 100 zal daarom worden toegewezen. Mondriaan wordt in de proceskosten veroordeeld.