Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 13 mei 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:5324
Feiten
Werkneemster is op 1 november 2021 in dienst getreden bij werkgever N.V. als juriste arbeidsrecht, waarbij de juridische dienstverlening was uitbesteed aan een dochtervennootschap. Tijdens het sollicitatieproces heeft werkneemster aangegeven ervaring te hebben met ontslagprocedures en socialezekerheidsrecht. In de loop van het dienstverband ontstonden er discussies over haar functioneren, met name over haar proceservaring en het behandelen van complexe dossiers. Werkneemster werd begeleid bij het uitvoeren van haar werkzaamheden en gaf aan stress te ervaren, met name door socialezekerheidsrechtszaken. Op 10 juli 2024 heeft werkneemster zich ziek gemeld. De bedrijfsarts constateerde dat er sprake was van een arbeidsconflict dat mede werkgerelateerd was. Een mediationtraject heeft niet tot een oplossing geleid. Werkgever heeft vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht wegens disfunctioneren, verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter stelt vast dat werkneemster sinds 10 juli 2024 ziek is en dat het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing is. Werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat de verstoorde arbeidsverhouding geen verband houdt met de ziekte van werkneemster; het arbeidsconflict is juist na de ziekmelding ontstaan. Het opzegverbod staat daarom aan toewijzing van het verzoek in de weg. Ten aanzien van het verwijtbaar handelen en disfunctioneren oordeelt de kantonrechter dat werkgever niet tijdig en concreet heeft aangegeven dat er sprake was van onvoldoende functioneren, noch een serieus verbetertraject heeft aangeboden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat werkneemster ongeschikt is voor haar functie. De cumulatiegrond is evenmin voldragen.
