Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 16 september 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:2691
Feiten
Werknemer is op 10 september 2018 bij Multi Cars Den Haag B.V. (hierna: Multi Cars) in dienst getreden. Per brief d.d. 1 november 2021 heeft werknemer aangegeven dat hij officieel zijn arbeidsovereenkomst wil beëindigen. Op 8 april stuurt werknemer een brief aan Multi Cars dat hij sinds december 2021 geen loon meer heeft ontvangen, terwijl hij wel heeft gewerkt. Op 31 maart jl. zou verder telefonisch aan werknemer te kennen zijn gegeven dat hij per direct weg moet. Werknemer heeft betaling van diverse vergoedingen en achterstallig loon verzocht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer zijn stelling dat hij op 31 maart 2022 nog bij Multi Cars in dienst was en die dag op staande voet is ontslagen in het licht van het gevoerde verweer onvoldoende heeft onderbouwd. Werknemer heeft geen schriftelijke arbeidsovereenkomst of loonstroken overgelegd. Vast staat dat er na 1 december 2021 geen loon meer is betaald. Het is niet gebleken dat werknemer in de periode van 1 december 2021 tot 8 april 2022 om betaling van loon heeft gevraagd, hetgeen een aanknopingspunt is voor de juistheid van de stelling van Multi Cars dat hij op 1 december 2021 ontslag had genomen. Multi Cars heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen gemotiveerd betwist. De vraag naar de betrouwbaarheid ervan kan naar het oordeel van de kantonrechter echter in het midden blijven omdat uit de verklaringen niet volgt dat werknemer na 1 december 2021 werkzaamheden voor Multi Cars heeft verricht. Concluderend is niet vast komen te staan dat werknemer op 31 maart 2022 op staande voet is ontslagen. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen van werknemer tot veroordeling van Multi Cars tot betaling van een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging door de kantonrechter zijn afgewezen. Eveneens wordt de vordering tot achterstallig loon afgewezen, nu niet is vast komen te staan dat werknemer na 1 december 2021 werkzaamheden heeft verricht. Werknemer heeft verder gesteld dat hij nooit vakantietoeslag heeft ontvangen. Dat bedrag is als niet weersproken toegewezen. In hoger beroep is Multi Cars via een deskundigenbericht in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat de handtekening op de ontslagbrief van 1 november 2021 van werknemer is. Dit bewijs is niet geleverd. Het staat daarom vast dat werknemer niet zelf ontslag genomen heeft. Werknemer is in de gelegenheid gesteld de vorderingen waar hij aanspraak op maakt opnieuw te berekenen.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Hoewel uit het onderzoek van de deskundige blijkt dat het waarschijnlijker is dat de handtekening op de brief afkomstig is van werknemer dan dat de handtekening is vervalst, kan niet worden vastgesteld of uitgesloten dat de kopie die is onderzocht niet is gemanipuleerd of is samengesteld omdat er geen originele brief voorhanden is. Nu de originele brief er niet is, is het hof van oordeel dat niet met voldoende zekerheid geoordeeld kan worden dat de handtekening van werknemer afkomstig is; verder oordeelt het hof dat Multi Cars het bewijs niet heeft geleverd. Werknemer heeft de gestelde ontslagname gemotiveerd bestreden door erop te wijzen dat zijn kennis van het Nederlands niet dusdanig is dat hij zelf een dergelijke ontslagbrief had kunnen schrijven, hij de brief niet in persoon heeft kunnen overhandigen, zoals Multi Cars stelt, omdat hij op 1 november 2021 in quarantaine zat in verband met corona en hij ook na 1 december 2012 gewoon voor Multi Cars (en niet voor zichzelf) heeft gewerkt. Multi Cars heeft hier naar het oordeel van het hof onvoldoende tegenover gesteld en voor deze omstandigheden geen plausibele verklaring gegeven. Daarmee staat vast dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen tot en met 31 maart 2022 is doorgelopen en werknemer recht heeft op loon en overige vergoedingen over die periode. Werknemer heeft recht op een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding, omdat het ontslag niet rechtsgeldig is. Partijen worden in de gelegenheid gesteld een akte te nemen ten aanzien van de omvang van het salaris van werknemer. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
