Naar boven ↑

Rechtspraak

Winkelmanager terecht op staande voet ontslagen na verdwijnen aanzienlijke hoeveelheid contant geld, meenemen kleding en meermaals niet naleven openingstijden.

Feiten

Werknemer is per 27 oktober 2025 in dienst getreden bij werkgever als winkelmanager. Op 9 februari 2026 werd werkgever door zijn afdeling Finance geïnformeerd dat een aanzienlijke hoeveelheid contante omzet ontbrak in een filiaal. Op 10 februari 2026 heeft werkgever contact opgenomen met werknemer om de situatie te bespreken. Op 13 februari 2026 zou er een gesprek plaatsvinden, maar werknemer is niet verschenen. Ook voor een op 18 februari 2026 geplande afspraak heeft werknemer zich afgemeld. Op 24 februari 2026 heeft werknemer zich ziekgemeld. Diezelfde dag is werknemer op staande voet ontslagen vanwege onder meer de diefstal van goederen, kluis- en kassadivergenties onder zijn supervisie en het niet naleven van openingstijden. Werknemer verzoekt onder meer een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. In het midden kan blijven of werknemer bij zijn indiensttreding de geldende protocollen voor de kluis en kassa heeft ontvangen en of de daarin genoemde werkwijze te allen tijde door het winkelpersoneel wordt nageleefd. Het staat namelijk vast dat werknemer op 25 november 2025 en 6 januari 2026 geldtransporten heeft geannuleerd, terwijl er wel genummerde sealbags met contant geld waren aangemeld en dus in het filiaal aanwezig zijn geweest, en dat werknemer op deze dagen verantwoordelijk was voor de overdracht van de sealbags aan Brinks. Werknemer, althans zijn gemachtigde, kan hiervoor desgevraagd geen verklaring geven. Als werknemer niet degene is die de sealbags heeft ontvreemd, had het toch op zijn minst op zijn weg gelegen om contact op te nemen met de daarvoor aangewezen persoon binnen de organisatie om te melden dat er geld ontbrak, ongeacht de hoogte van het bedrag. Werknemer heeft dat echter niet gedaan. De kantonrechter vindt de manier waarop werknemer (in elk geval) tweemaal heeft gehandeld, mede gelet op zijn verantwoordelijkheden als winkelmanager, dermate ernstig dat dit op zichzelf al een dringende reden is voor ontslag op staande voet. Daar komt nog bij dat werknemer erkent dat hij de winkel af en toe eerder dan sluitingstijd heeft gesloten. Niet gebleken is dat hij daarvoor toestemming had gekregen van degene aan wie hij verantwoording moest afleggen. Het staat dus vast dat hij de openingstijden van het filiaal niet naar behoren heeft nageleefd. Daarom kan (voor het beoordelen van de geldigheid van het ontslag) in het midden blijven of het overzicht van de sluitingstijden van werkgever wel accuraat is en of het werknemer of ook een andere medewerker was die de winkel eerder heeft gesloten. Van een manager in een winkel mag worden verwacht dat hij handelt in het belang van het bedrijf en deze handelswijze van werknemer, waarbij klanten mogelijk voor een dichte deur hebben gestaan en werkgever omzet kan zijn misgelopen, past daar niet bij. Hoewel werkgever op dit punt had kunnen volstaan met een minder zware maatregel, zoals een officiële waarschuwing, weegt dit wel mee bij de beoordeling van de dringende reden voor het ontslag. Werkgever had een dringende reden voor ontslag op staande voet. Er is onverwijld opgezegd. Werkgever heeft werknemer, nadat hij hem herhaaldelijk niet kon bereiken, de ontslagredenen per e-mail kenbaar gemaakt. De verzochte gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding worden afgewezen. Werknemer wordt veroordeeld de gefixeerde schadevergoeding te betalen. De verzochte veroordeling van werknemer tot betaling van het kasverschil wordt afgewezen. Niet is komen vast te staan dat werknemer het bedrag daadwerkelijk zelf heeft gestolen, in de lopende strafzaak is nog geen uitspraak gedaan. Werknemer wordt veroordeeld een bedrag van € 869,55 te betalen ter vergoeding van door hem mee naar huis genomen kleding. Werknemer hoeft geen vergoeding te betalen voor het niet naleven van de openingstijden. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.