Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Hoger Onderwijs Nederland
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 12 mei 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:1595
Werkgever mag onterechte uitbetaling vakantiedagen terugvorderen (ook als de fout bij werkgever lag).

(Vervolg op AR 2026-0821) Thans ligt nog voor de vraag of werkneemster aanspraak heeft op de tevens door haar verzochte wettelijke rente over een bedrag van € 4.384,51 netto. Dit bedrag heeft InHolland ingehouden op de transitievergoeding van € 30.816,32 bruto, wegens een verrekening van een negatief verlofsaldo. Het hof overweegt het navolgende. InHolland heeft op 29 augustus 2024 (productie 14 bij het beroepschrift) aan werkneemster toestemming gegeven om 90 verlofuren te verkopen. Vervolgens heeft InHolland op 5 november 2024 (productie 13 bij beroepschrift) aan werkneemster bericht dat uit herbekening was gebleken dat werkneemster geen verlofuren meer had, zodat die 90 uur ten onrechte aan haar waren uitbetaald. InHolland heeft aangegeven dat ten tijde van de verkoop van de 90 verlofuren de herberekening van het verlof van werkneemster vanwege haar ziekteverzuim nog niet was toegepast en dat er geen bovenwettelijk verlof wordt opgebouwd tijdens ziekte. Deze 90 uur heeft InHolland in het kader van de eindafrekening opgeteld bij het totale negatieve verlofsaldo, waardoor dit saldo uitkwam op 214,74 uur negatieve verlofuren. Dit saldo heeft InHolland in mindering gebracht op de door haar uit te betalen transitievergoeding. Werkneemster betwist niet de juistheid van de herberekening, maar voert aan dat het uitkeren van 90 verlofuren een fout was van InHolland. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat deze enkele omstandigheid in de weg staat aan het recht van InHolland om de ten onrechte uitbetaalde verlofuren te verrekenen bij de eindafrekening. Dit klemt temeer nu deze fout reeds binnen enkele weken is ontdekt en gecorrigeerd. Werkneemster heeft hiervan geen financieel nadeel ondervonden. Het voorgaande leidt ertoe dat werkneemster geen aanspraak heeft op de wettelijke rente over dit – aldus terecht – verrekende bedrag en dat het beroep van werkneemster ook op dit punt – reeds hierom – faalt.