Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Best Onderwijs/werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 3 maart 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:1336
Opzegverbod tijdens ziekte staat in de weg aan ontbinding arbeidsovereenkomst gymleraar op e-, d-, g- dan wel i-grond. Gelet op aard arbeidsongeschiktheid had werkgever pas op de plaats moeten maken en werknemer geen druk op moeten leggen; loonstop niet terecht.

Feiten

Werknemer is sinds 2018 werkzaam als gymleraar op meerdere basisscholen binnen Stichting Best Onderwijs (hierna: SBO). Op 19 augustus 2024 is werknemer volledig arbeidsongeschikt geraakt. Vanaf medio 2024 zijn er strubbelingen ontstaan over de omvang en invulling van de functie van werknemer, zijn functioneren en houding, en het verloop van de re-integratie. Daarbij komt dat er op 21 oktober 2025 een incident heeft plaatsgevonden; werknemer heeft twee klassen kort zonder zijn toezicht in de gymzaal achtergelaten. Op 24 oktober 2025 heeft werknemer zich weer ziekgemeld. Dezelfde dag heeft werknemer een schriftelijke waarschuwing ontvangen en is hij geschorst tot hij op 29 oktober 2025 in gesprek gaat met SBO. Op 29 oktober 2025 heeft SBO een loonstop opgelegd en is de schorsing gehandhaafd, tot het moment dat werknemer alsnog met SBO in gesprek gaat. De bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat bij werknemer sprake is van forse spanningsklachten en dat de klachten arbeidsgerelateerd zijn. SBO verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-, d-, g- dan wel i-grond. Werknemer maakt aanspraak op nabetaling van loon over de periode vanaf 29 oktober 2025 tot 1 januari 2026 en stelt zich op het standpunt dat de loonstop niet terecht was.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Ontbindingsverzoek – opzegverbod staat aan ontbinding in de weg

In beginsel staat het opzegverbod tijdens ziekte aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Hierop bestaan twee uitzonderingen. De eerste uitzondering ziet op de situatie dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met de omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat er geen verband is tussen de arbeidsongeschiktheid van werknemer en de door SBO aangevoerde ontbindingsgronden. De onderbouwing van alle aangedragen ontslaggronden kan niet worden geabstraheerd van de arbeidsongeschiktheid van werknemer. De tweede uitzondering op het opzegverbod is dat ontbinding moet worden uitgesproken omdat dat in het belang van werknemer is. Ook van deze uitzonderingssituatie is niet gebleken. Werknemer heeft benadrukt waarom hij belang heeft bij re-integratie met terugkeer naar een vertrouwde werkomgeving. Dat heeft SBO onvoldoende betwist. De conclusie is dat het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

Loonstop niet terecht

SBO heeft de loonbetaling stopgezet omdat (1) werknemer ondanks waarschuwingen niet in gesprek wil gaan met SBO over het incident en (2) hij de bedrijfsarts niet wil machtigen het dossier bij de vorige bedrijfsarts op te vragen. De loonstop is om reden (1) begonnen. Gelet op de aard van de arbeidsongeschiktheid van werknemer, had het op de weg van SBO gelegen om pas op de plaats te maken en hem geen druk op te leggen door hem telkens op (te) korte termijn op te roepen voor een gesprek. De loonstop is vanaf 25 november 2025 mede gebaseerd op het niet machtigen van de bedrijfsarts om het dossier bij de vorige bedrijfsarts op te vragen, iets wat op 13 januari 2026 is geregeld na bemoeienis van de (huidige) gemachtigde van werknemer. Het feit dat werknemer in de tussentijd een zo simpel verzoek van SBO heeft genegeerd, interpreteert de kantonrechter als een uiting van de grote en heftige psychische druk die hij in die periode heeft ervaren. Hem kan daarom niet worden verweten dat hij de instructies van SBO niet eerder heeft nageleefd. De loonstop was niet terecht. De loonvordering over de periode van de loonstop wordt toegewezen. De schorsing moet worden opgeheven.