Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 7 november 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:12815
Feiten
Werkneemster is op 1 maart 2021 in dienst getreden bij Stuurman. In artikel 3 van de arbeidsovereenkomst staat dat het brutosalaris € 2750 per maand bedraagt en rond de 21e van elke maand wordt betaald. Een dertiende maand zal steeds in de maand december worden uitgekeerd, waarbij de werkgever zich het recht voorbehoudt om geen dertiende maand uit te keren als het bedrijfsresultaat daar geen aanleiding toe geeft. Werkneemster is op 22 juni 2021 ziek geworden en heeft daarna niet meer voor Stuurman gewerkt. De loondoorbetalingsverplichting van Stuurman is geëindigd op 28 juni 2023. Op 19 november 2024 hebben partijen met een vaststellingsovereenkomst een einde gemaakt aan hun arbeidsovereenkomst. Partijen verlenen elkaar in die vaststellingsovereenkomst finale kwijting, zij het dat in artikel 5 lid 2 staat dat eventuele aanspraken die werkneemster nog meent te hebben ter zake van een overeengekomen dertiende maand buiten het bereik van deze finale kwijting vallen. Werkneemster stelt dat zij in 2021, 2022 en 2023 geen dertiende maand heeft gekregen terwijl zij daar wel recht op heeft. Het gaat om € 6.375,00 bruto en werkneemster vordert dat Stuurman wordt veroordeeld dit bedrag aan haar te betalen, met wettelijke verhoging en rente.
Oordeel
De kantonrechter leest artikel 3 van de arbeidsovereenkomst zo dat werkneemster recht heeft op een dertiende maand, tenzij het bedrijfsresultaat dusdanig slecht is dat er geen aanleiding bestaat om die dertiende maand te betalen. Stuurman stelt zich op het standpunt dat zij geen tekst en uitleg hoeft te geven over haar beslissing om de dertiende maand al dan niet uit te betalen. Goed werkgeverschap brengt echter mee dat die uitleg juist wél gegeven moet worden. Werkneemster rekent op die dertiende maand en mag verwachten dat werkgeefster uitlegt waarom zij die dertiende maand in een bepaald jaar niet krijgt. Stuurman geeft geen uitleg over haar beslissing werkneemster de dertiende maand niet te betalen in 2021, 2022 en 2023. Het bedrijfsresultaat kan in die jaren niet aan het betalen van de dertiende maand in de weg hebben gestaan. De op de zitting aanwezige boekhouder van Stuurman verklaarde immers dat in die jaren sommige werknemers wél een dertiende maand hebben gekregen. Het zou uiteraard kunnen dat in de arbeidsovereenkomsten van de werknemers die wel een dertiende maand kregen een ondubbelzinnig recht op een dertiende maand staat, maar Stuurman geeft daar geen toelichting op. Werkneemster heeft dus recht op een dertiende maand over 2021, 2022 en 2023.
Klachtplicht
De kantonrechter gaat niet mee in de stelling van Stuurman dat werkneemster niet aan haar klachtplicht heeft voldaan en dat zij daarom geen recht op een dertiende maand meer heeft. In dit specifieke geval voert werkneemster nog aan dat zij door haar eigen medische problemen en door het overlijden van haar beide ouders wel iets anders aan haar hoofd had dan na te gaan of zij de dertiende maand wel betaald had gekregen en, zo nee, waarom niet. Het is bovendien zo dat Stuurman werkneemster moeilijk kan verwijten dat zij niet geklaagd heeft, terwijl het in eerste instantie aan Stuurman is om in december van enig jaar mee te delen of een dertiende maand wordt uitgekeerd en, zo nee, waarom niet.
Hoogte dertiende maand
Stuurman moet werkneemster gedurende het eerste jaar van haar arbeidsongeschiktheid 100% van haar loon doorbetalen en vanaf het tweede jaar 70% daarvan. Stuurman stelt dat met deze percentages ook rekening gehouden moet worden bij de hoogte van de dertiende maand. Werkneemster betwist dit maar legt niet uit waarom er wel voor 100% recht op een dertiende maand zou bestaan als het loon en de vakantietoeslag voor 70% worden doorbetaald. Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat voor de vordering van werkneemster tot doorbetaling van 100% van de dertiende maand geen rechtsgrond, zodat slechts gedeeltelijke toewijzing van de vordering aan de orde is. De kantonrechter ziet aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot nul, omdat het gewone loon van werkneemster steeds op tijd is betaald.
