Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 30 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6095
Feiten
Aveleijn heeft bij de kantonrechter een verzoekschrift ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Werknemer heeft daartegen verweer gevoerd en in zijn verweerschrift primair het standpunt ingenomen dat de Nederlandse kantonrechter niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen. Nadat Aveleijn het verweerschrift had ontvangen heeft zij kort vóór de geplande mondelinge behandeling haar verzoekschrift eenzijdig ingetrokken. Na die intrekking heeft werknemer zijn verzoek om Aveleijn te veroordelen in de proceskosten gehandhaafd. Daarmee lag niet langer de ontbinding van de arbeidsovereenkomst ter beoordeling voor, maar uitsluitend de vraag of Aveleijn de door werknemer gemaakte proceskosten moest dragen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat Aveleijn de proceskosten van deze procedure moet betalen. Daarbij weegt mee dat Aveleijn haar verzoekschrift pas enkele dagen vóór de mondelinge behandeling heeft ingetrokken. Door die late intrekking heeft werknemer nodeloos kosten moeten maken voor het opstellen en indienen van zijn verweerschrift. De proceskosten aan de zijde van werknemer worden begroot op € 721. Dit bedrag bestaat uit € 577 aan salaris gemachtigde en € 144 aan nakosten. Aveleijn moet dit bedrag binnen veertien dagen na aanschrijving voldoen. Als zij niet tijdig betaalt en de beschikking vervolgens wordt betekend, komen ook de kosten van betekening voor haar rekening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
