Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 18 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6643
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2024 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van software-engineer. Werkgeefster heeft op 1 oktober 2025 het UWV verzocht om toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst met werknemer op grond van bedrijfseconomische redenen, te weten organisatorische veranderingen. Het UWV heeft de gevraagde toestemming op 13 maart 2026 geweigerd omdat het UWV het niet aannemelijk acht dat het niet mogelijk zou zijn om werknemer te herplaatsen. Werkgeefster heeft vervolgens de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer alsnog te ontbinden.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Allereerst is de kantonrechter van oordeel dat werkgeefster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een aantal arbeidsplaatsen binnen haar onderneming dienen te vervallen. Het Australische moederbedrijf van de groep heeft ervoor gekozen de software-engineering te centraliseren in een klein expertteam in Australië, dat gebruiktmaakt van kunstmatige intelligentie (AI) voor het opstellen van implementatieplannen. In Maleisië is een shared service center opgericht en alle werkzaamheden van de software-engineers binnen werkgeefster zijn vanwege kostenreductie overgedragen naar de Maleisische entiteit binnen de groep. Doordat de Australische moedervennootschap geen gebruik meer zal maken van software-engineering in Nederland, is ervoor gekozen de hele functiegroep van software-engineers binnen werkgeefster te laten vervallen en zijn de werknemers in deze functie, onder wie ook werknemer, boventallig verklaard. Omdat alle arbeidsplaatsen binnen de functiegroep zijn komen te vervallen, is het vaststellen van een ontslagvolgorde niet aan de orde. Uiteraard staat het voorgaande er niet aan in de weg dat werkgeefster de plicht heeft zich in te spannen om de werknemers die binnen voornoemde functiegroep voor ontslag in aanmerking komen, te herplaatsen op een andere functie. In dat kader komt de kantonrechter tot de conclusie dat er geen herplaatsingsmogelijkheden voor werknemer waren. Werknemer heeft zelf afwijzend gereageerd op vacatures bij het software-engineering team in Maleisië. Ten aanzien van andere functies heeft werkgeefster telkens aangegeven waarom deze niet passend zijn. Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, heeft werknemer recht op een transitievergoeding. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen.
