Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4990
Feiten
Werkneemster is op 1 oktober 2021 in dienst getreden bij Zorg-Advies. De arbeidsovereenkomst is op 1 april 2023 geëindigd. Werkneemster werkte regelmatig meer uren dan de overeengekomen arbeidsuren. Tijdens haar dienstverband is zij vanaf 21 oktober 2022 ziek geweest. Het loon werd steeds aan het einde van de daaropvolgende maand uitbetaald, terwijl in de arbeidsovereenkomst en cao was bepaald dat het loon aan het einde van iedere maand moest worden voldaan. In het tussenvonnis van 10 maart 2026 heeft de kantonrechter beslist dat de arbeidsovereenkomst op 1 april 2023 is geëindigd, dat voor de arbeidsomvang tijdens ziekte een referteperiode van zes maanden wordt gehanteerd en dat de gewerkte overuren moeten worden meegenomen bij de berekening van het achterstallig loon en de arbeidsomvang. Zorg-Advies verzoekt de kantonrechter om op deze beslissingen terug te komen, maar de kantonrechter ziet daarvoor geen grond. Werkneemster vordert betaling van achterstallig loon, waaronder niet-uitbetaalde overuren, te weinig betaald loon tijdens haar ziekteperiode en een ontbrekende loonbetaling. Daarnaast vordert zij betaling van niet-uitbetaalde verlofuren, een aanvullende transitievergoeding, kilometervergoeding en gedeclareerde reiskosten. Verder vordert zij de wettelijke rente en wettelijke verhoging over de te late en niet-betaalde loonbedragen, afgifte van bruto-nettospecificaties, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Oordeel
De kantonrechter is in beginsel gebonden aan de bindende eindbeslissingen uit het tussenvonnis. Alleen wanneer blijkt dat een beslissing op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag berust, kan daarop worden teruggekomen. De kantonrechter oordeelt dat Zorg-Advies geen nieuwe feiten of argumenten heeft aangevoerd die daartoe aanleiding geven. De referteperiode van zes maanden en de beslissing dat de overuren moeten worden betaald, blijven daarom in stand. De arbeidsovereenkomst is op 1 april 2023 geëindigd, zodat het loon over april 2023 wordt afgewezen. De kantonrechter gaat ervan uit dat één loonbetaling ontbreekt, omdat er gedurende het dienstverband van achttien maanden slechts zeventien reguliere loonstroken zijn. Omdat Zorg-Advies geen overzicht van de betalingen over heeft gelegd, komt die onduidelijkheid voor haar rekening. Het loon over december 2022 wordt toegewezen. De kantonrechter stelt vast dat werkneemster 102,56 overuren heeft gewerkt en wijst de vordering tot betaling daarvan toe. Voor de arbeidsomvang tijdens de ziekteperiode wordt uitgegaan van de zes maanden voorafgaand aan de ziekmelding. Op basis van de weekstaten komt de kantonrechter uit op gemiddeld 36,63 uur per week, oftewel 158,73 uur per maand. Zorg-Advies moet het verschil tussen het verschuldigde en betaalde loon over de ziekteperiode betalen, evenals de daarbij behorende vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. Het beroep van Zorg-Advies op de klachtplicht slaagt niet. Werkneemster heeft aan het begin van haar dienstverband al gevraagd naar het uitblijven van de eerste loonbetaling. Daarnaast is zij afhankelijk van haar werk en inkomen en had zij geen vast contract. Van haar kon daarom niet worden verwacht dat zij gedurende het dienstverband verdergaande klachten over de loonbetaling zou indienen. Ook is er geen sprake van rechtsverwerking. De kantonrechter oordeelt dat het loon structureel ongeveer een maand te laat is betaald. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf het moment waarop iedere loonbetaling uiterlijk had moeten plaatsvinden. De wettelijke verhoging wordt gematigd en wordt in totaal vastgesteld op € 7.000 bruto. Wat betreft de verlofuren gaat de kantonrechter uit van het door werkneemster overgelegde verlofoverzicht. Zij heeft recht op betaling van de niet-uitbetaalde verlofuren, waaronder de verlofuren die over de gewerkte overuren zijn opgebouwd. Het eenzijdig door Zorg-Advies afboeken van verlofuren omdat slechts een beperkt aantal uren naar 2023 mocht worden meegenomen, is niet toegestaan. Zorg-Advies moet nog 248,87 verlofuren uitbetalen, met de daarbij behorende vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. De kantonrechter wijst een aanvullende transitievergoeding toe, omdat bij de berekening moet worden uitgegaan van het hogere salaris op basis van de gemiddelde arbeidsomvang tijdens de ziekteperiode. Ook de erkende kilometervergoeding en de ten onrechte ingehouden gedeclareerde reiskosten worden toegewezen. Zorg-Advies heeft onvoldoende onderbouwd dat deze reiskosten onverschuldigd waren betaald en daarom mochten worden verrekend. De toegewezen bedragen worden verminderd met de door werkneemster genoemde reeds betaalde bedragen. Zorg-Advies moet bruto-nettospecificaties verstrekken. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Tot slot wijst de kantonrechter de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten van werkneemster toe. Zorg-Advies wordt daarmee grotendeels in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten dragen.
