Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8643
Ontslag op staande voet van een masseur wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag houdt stand. Twee onafhankelijke en geloofwaardige klachten van klanten leveren een dringende reden op. Meldingen van twee andere vrouwen die pas na het ontslag op staande voet zijn gedaan, mogen daarbij als steunbewijs meewegen.

Feiten

Werknemer is sinds 26 november 2025 als masseur werkzaam bij werkgeefster. Op 11 januari 2026 ontvangt werkgeefster van twee klanten afzonderlijke klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens massages die werknemer een dag eerder heeft uitgevoerd. Beide klanten verklaren dat werknemer hen zonder toestemming op intieme lichaamsdelen heeft aangeraakt. Een van hen doet aangifte van verkrachting. Nadat werkgeefster werknemer in de gelegenheid heeft gesteld op de klachten te reageren en nader onderzoek heeft verricht, ontslaat zij hem op 12 januari 2026 op staande voet. Enkele maanden na het ontslag op staande voet melden zich nog twee vrouwen met soortgelijke klachten, die eveneens aangifte doen bij de politie. Werknemer wordt vervolgens aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van loon. Voor het geval de arbeidsovereenkomst alsnog wordt ontbonden, verzoekt hij toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Werkgeefster voert verweer, verzoekt voorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst en vordert vergoeding van haar imago- en omzetschade, op te maken bij staat.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Voldoende is gebleken dat werknemer zich tijdens de behandelingen van de twee klaagsters seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen. Hun verklaringen zijn onafhankelijk van elkaar afgelegd, stemmen op belangrijke punten overeen en zijn geloofwaardig, nu zij elkaar niet kenden, vaste klanten waren en geen belang hadden bij hun klachten. Dat zij tijdens of direct na de massage niet hebben geprotesteerd, doet daaraan niet af. De meldingen van twee vrouwen die zich pas na het ontslag op staande voet hebben gemeld, kunnen niet als zelfstandige ontslaggrond dienen, maar mogen wel als steunbewijs meewegen, omdat zij hetzelfde patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag bevestigen. Werknemer heeft de klachten slechts in algemene zin ontkend en geen verklaring gegeven voor de vergelijkbare ervaringen van meerdere vrouwen. Gelet op de aard van het werk van een masseur, waarbij klanten zich in een kwetsbare positie bevinden, leveren de gedragingen een dringende reden op. Daarbij weegt mee dat werknemer een ervaren masseur en voormalig massage-instructeur is, zodat hij zich in versterkte mate bewust moest zijn van de professionele grenzen. Van werkgeefster kon daarom niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren of met een minder vergaande maatregel te volstaan. Ook heeft werkgeefster voldoende onderzoek verricht en het ontslag onverwijld gegeven en meegedeeld. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en de incidentele loonvordering worden afgewezen. Werknemer heeft wegens ernstig verwijtbaar handelen geen recht op een transitievergoeding en is aansprakelijk voor de door werkgeefster geleden en nog te lijden imago- en omzetschade, zodat de zaak voor de begroting van de schade wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. De gevorderde kosten van rechtsbijstand worden afgewezen. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.