Naar boven ↑

Rechtspraak

Intence Security B.V./werkneemster
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 20 april 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:2335
Geen vernietiging arbeidsovereenkomst op grond van dwaling of bedrog. Werkneemster wist niet dan wel behoorde niet te weten dat psychische gesteldheid haar ingrijpend en langdurig zou belemmeren in uitoefening van functie van beveiligster. Terechte toekenning billijke vergoeding.

Feiten

Werkneemster is als beveiligster A in dienst geweest bij Intence Security B.V. (hierna: Intence). Tussen partijen heeft een voorval geleid tot ontslag op staande voet, tijdens de (psychische) arbeidsongeschiktheid van werkneemster. Werkneemster is het niet eens met het ontslag op staande voet, terwijl Intence – voor het geval het ontslag op staande voet onterecht is – in elk geval ontbinding van de arbeidsovereenkomst wil. Op enig moment is volgens Intence gebleken dat werkneemster al kampte met psychische klachten voordat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ging gelden. Volgens Intence had werkneemster dat moeten melden, ook omdat daarover in de arbeidsovereenkomst een bepaling staat. Omdat dat niet is gedaan, moet de arbeidsovereenkomst volgens Intence alsnog worden vernietigd vanwege bedrog of dwaling. Volgens de kantonrechter was het ontslag op staande voet van 13 juni 2025 niet geldig, zodat loon nabetaald moest worden. De verhoudingen waren echter wel ernstig en duurzaam verstoord, zodat de arbeidsovereenkomst is ontbonden per 1 december 2025. Intence is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 35.000 bruto. De kantonrechter heeft ten slotte het beroep van Intence op vernietiging van de arbeidsovereenkomst vanwege bedrog of dwaling afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van Intence is onder meer om alsnog de arbeidsovereenkomst vanwege bedrog of dwaling te laten vernietigen en de toewijzing van een billijke vergoeding te vernietigen en te laten terugbetalen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Geen bedrog of dwaling; geen vernietiging arbeidsovereenkomst

Het beroep van Intence op bedrog wordt afgewezen, nu zij niet goed heeft kunnen toelichten waaruit het opzettelijk mededelen of verzwijgen van werkneemster dan volgt. Met betrekking tot het beroep op dwaling overweegt het hof het volgende. Werkneemster was niet gehouden Intence ‘preventief’ in te lichten over het bestaan (hebben) van psychische klachten, maar behoorde Intence alleen in te lichten als zij wist of behoorde te weten dat haar psychische gesteldheid haar ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden. Naar het oordeel van het hof hoefde werkneemster Intence niet in te lichten. Uit een brief van GGz Online blijkt namelijk dat werkneemster succesvolle behandelingen had ondergaan, zodat zij niet sinds 2022 onafgebroken last had van psychische problemen. Pas na het voorval op 12 juni 2025 is er een diagnose gesteld. Bovendien is niet gebleken dat er ingrijpende belemmeringen in de uitoefening van haar werkzaamheden als museumbeveiligster waren ten tijde van de opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Deze combinatie van omstandigheden maakt dat werkneemster op 18 juni 2024, toen zij de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ondertekende, niet wist of behoorde te weten dat haar psychische gesteldheid haar ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de functie van beveiligster A dan wel museumbeveiligster. Het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst waarmee werkneemster verklaart naar beste weten en kunnen te beschikken over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid die voor de uitoefening van haar functie vereist is, leidt niet tot een geslaagd beroep op dwaling door Intence. Het was Intence immers niet toegestaan om met het opnemen van deze bepaling in de aangeboden arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan werkneemster te vragen naar haar psychische geschiktheid voor de functie. Het hof honoreert ook niet het beroep van Intence op wederzijdse dwaling. Dat sprake was van een onjuiste voorstelling bij werkneemster is niet gebleken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst niet wordt vernietigd op grond van bedrog of dwaling.

Terechte toekenning van billijke vergoeding

Het hof oordeelt dat terecht een billijke vergoeding is toegekend. Intence was ervan op de hoogte dat de arbeidsongeschiktheid van werkneemster werd veroorzaakt door psychische problemen, waardoor de stap naar het geven van een ontslag op staande voet onterecht was. Het ligt voor de hand dat dit ontslag in grote mate heeft bijgedragen aan de verstoring van de arbeidsverhoudingen. Daar komt bij dat Intence niet onderbouwd heeft of en zo ja welke pogingen zij heeft ondernomen om de situatie te de-escaleren. Het hof acht de hoogte van de toegekende billijke vergoeding terecht. Bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter volgt.