Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 12 mei 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1247
Feiten
Werknemer is sinds 1 augustus 2020 in dienst bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) als medior penitentiair inrichtingswerker. In 2025 heeft werknemer op zijn verjaardag dienst op de B-afdeling met gedetineerden. Rond kwart over 9 's avonds is hij naar de C-afdeling gegaan. Daar heeft hij contact gehad met een bewoonster van de IND-leefafdeling. DJI ontving van de meldkamer een melding over het gedrag van werknemer en de bewoonster. Naar aanleiding van de melding heeft DJI de camerabeelden bekeken. Hierop is te zien dat werknemer en de bewoonster ruim acht minuten een gesprek voeren in de open afdeling, waarbij ze elkaar meermaals aanraken. Op 4 maart 2025 is met werknemer een hoor- en wederhoorgesprek gevoerd. Werknemer werd na dit gesprek op staande voet ontslagen 'wegens het onderhouden van een niet professionele relatie met een bewoonster van de afdeling IND in strijd met de Gedragscode-DJI'. De kantonrechter heeft geoordeeld dat uit de gedragscode volgde dat iedere relatie (anders dan een werkrelatie) verboden is. En bij de kernwaarde professionaliteit staat expliciet: 'In contacten met justitiabelen zorgt u dat u professionele afstand houdt'. Werknemer had de bewoonster te allen tijde op professionele afstand moeten houden. De kantonrechter vindt het bovendien zeer kwalijk dat het is gebeurd in het bijzijn van andere collega’s en andere IND-bewoners, omdat werknemer een voorbeeldfunctie had. De verzoeken van werknemer in eerste aanleg zijn afgewezen. In hoger beroept verzoekt werknemer, onder meer, een billijke vergoeding.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. De omgang van werknemer met de bewoonster gaat normale amicale omgangsvormen te buiten, en is door het flirterige karakter evident onprofessioneel. De beelden van flirterige aanrakingen tonen op zichzelf niet aan dat er sprake was van een andere dan een professionele relatie, wat aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd. Binnen een professionele relatie kan zich niet-professioneel gedrag voordoen. Het hof volgt niet de redenatie dat niet-professioneel gedrag automatisch een onprofessionele relatie met de bewoonster meebrengt. Dat werknemer een relatie had met de bewoonster, is niet komen vast te staan. De op de ingebrachte beelden zichtbare handelingen leveren geen dringende reden op. Het was de taak van werknemer om met de bewoners een vertrouwensrelatie op te bouwen. Werknemer is niet eerder op amicaal gedrag aangesproken, terwijl amicaal gedrag kennelijk tot de geaccepteerde bedrijfscultuur behoort. Uit de gedragscode van DJI volgt dat de balans tussen mentorschap, amicaal gedrag en onprofessioneel gedrag een moeilijke balans is. Het gedrag van werknemer dient eerder in het licht van disfunctioneren te worden gezien. Het ontslag op staande voet is ten onrechte verleend. De transitievergoeding wordt toegewezen. Er wordt een billijke vergoeding van € 7.000 toegewezen, gebaseerd op de loonschade van werknemer. DJI wordt in de proceskosten veroordeeld.
