Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 26 november 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:12010
Feiten
Werknemer (onder bewind gesteld) is op 17 oktober 2022 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Concreet Hygiene B.V. als schoonmaakmedewerker. De overeengekomen arbeidsduur bedroeg minimaal 2 uur en maximaal 38 uur per week. Het salaris van werknemer bedroeg € 11,83 bruto per uur. Op 30 november 2022 hebben partijen een overeenkomst van geldlening gesloten op grond waarvan Concreet Hygiene aan werknemer € 2.100 heeft geleend. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat werknemer de lening met € 150 per maand zou aflossen. Concreet Hygiene heeft bij de salarisuitbetaling van november 2022 een bedrag van € 150 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Bij de salarisuitbetaling van december 2022 is een bedrag van € 1.646 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Vanaf (medio) januari 2023 heeft werknemer geen arbeid meer verricht. De bewindvoerder vordert veroordeling van Concreet Hygiene tot betaling van onder meer het salaris van januari 2023 tot 16 juni 2023 (einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) uitgaande van een werkweek van 38 uur en betaling van het onterecht verrekende bedrag van € 1.496,60.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Niet verrichten van arbeid komt voor rekening van werknemer
Partijen zijn het erover eens dat het dienstverband is doorgelopen tot 17 juni 2023. Werknemer heeft vanaf (medio) januari 2023 geen arbeid meer verricht voor Concreet Hygiene. Tussen partijen is dan ook in geschil of werknemer toch recht heeft op (meer) loon over de periode vanaf januari tot 17 juni 2023. Concreet Hygiene meent dat werknemer vanaf januari 2023 geen recht had op (meer) loon, nu zij hem meermaals heeft aangeboden zijn werkzaamheden op een geschikte locatie voort te zetten en werknemer ook werd ingeroosterd en geïnformeerd over zijn werktijden, maar werknemer hieraan geen gehoor heeft gegeven. Werknemer stelt daarentegen dat hij door toedoen van Concreet Hygiene in de veronderstelling verkeerde dat hij in een gesprek op 28 december 2022 was ontslagen per 6 januari 2023 en dat het niet verrichten van arbeid daarom niet voor zijn rekening behoort te komen. De kantonrechter acht het niet onbegrijpelijk dat werknemer op basis van het gesprek van 28 december 2022 in de veronderstelling verkeerde dat hij was ontslagen door Concreet Hygiene. Het door werknemer overgelegde audiofragment van het gesprek biedt voldoende aanknopingspunten voor die veronderstelling. Maar werknemer mocht niet blijven vasthouden aan de aanname dat hij was ontslagen, gelet op de feiten en omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan. Zo heeft Concreet Hygiene op 6 januari 2023 expliciet aangegeven dat werknemer niet is ontslagen, maar dat alleen zijn tewerkstelling in Amsterdam is gestopt, dat Concreet Hygiene verplicht is werknemer twee uur per week van werk te voorzien en dat werknemer – als hij wil – twee uren per week kan werken. Ook heeft werknemer een aanbod gehad voor 8 uur werk per dag, maar hij is hier niet op ingegaan. De conclusie is dat, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van werknemer komt. Hij heeft dus geen recht op (meer) loon vanaf januari 2023 tot het einde van zijn dienstverband.
Aflossing geldlening
Vaststaat dat Concreet Hygiene bij de uitbetaling van het loon over de maand december 2022 een bedrag van € 1.646 heeft ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Buiten kijf staat dat deze handelwijze niet door de beugel kan en is verricht in strijd met hetgeen tussen partijen in de overeenkomst van geldlening is afgesproken. Werknemer zou maandelijks immers slechts € 150 aflossen. Concreet Hygiene wordt veroordeeld tot betaling van € 1.496,60 aan werknemer.
